Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en liefelijk getroost met hetgeen er volgt: „want het is God, Die in u werkt beide het willen en doen naar het welbehagen". En opdat eene aangevochtene en menigvuldig geplaagde ziel in Christus zich verberge, om door Hem en in Zijne macht bewaard te worden door het geloof tot de zaligheid, terwijl het tot haar heet: „Volhardt in het goede. Wie volhardt tot het einde, die zal zalig worden".

Eindelijk: de Wet wordt gepredikt, opdat wij allen, voor zooveel wij in eenen Geest: „Abba!" roepen, geheel vervuld worden met dankzegging en aanbidding, terwijl wij het inzien en het ondervinden, hoe Christus, Die het einde der Wet is (tot rechtvaardigheid eenen iegelijk, die gelooft), de Wet zelve heeft vervuld, en ook als zoodanig het recht der Wet in ons vervult (Rom. 8 : 4), dat, terwijl wij in onszelven hoe langer hoe meer zonde en ellende gewaarworden, en onszelven aanklagen als verdervers van onze jeugd af aan, — desniettegenstaande de Vader ons in Christus Jesus, Zijnen Zoon, voor Zijne lieve dierbare kinderen houdt, en ons in Hem aanziet als geheel en al rechtvaardig, heilig, rein en volkomen, zonder vlek of rimpel, — zóó aanziet, als hadden wij nooit eenige zonden gedaan of gehad (voor zooveel wij zulke weldaad met een geloovig hart aannemen). En zoo zegge dan een ieder der onzen vrijmoedig, uit kracht van de waarheid Gods en van het getuigenis des Heiligen Geestes in ons: ,,lk ben heilig en rechtvaardig", — ofschoon ons geweten ons aanklaagt, dat wij zonder ophouden tot alle boosheid geneigd zijn.

Dit laatste klinkt menigeen vreemd in de ooren, want hij mocht gaarne heilig en vroom zijn, en iets van die heiligheid in zich gewaarworden, dan kon hij, zooals hij meent, het weten, of hij deel aan Christus had. Dewijl hij echter zoo vele zonden in zich blijft zien, gelooft hij den Heiland van arme zondaren te onrein en te onwaardig en te vleeschelijk, en te veel onder de zonde verkocht te zijn, dan dat de heilige en rechtvaardige God met Zijne groote genade tot zulk eenen ellendige Zich zoude nederlaten, of hij vreest, dat hij nog eens de hel weder in de kaken zal vallen. —

Sluiten