Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, heeft zij mij door het goede den dood gewerkt, opdat de zonde bovenmate zondigende werd door het gebod". En hierop laat hij volgen: „Want wij weten, dat de Wet geestelijk is, maar ik ben vleeschelijk, verkocht onder de zonde".

Deze drie gezegden:

I. Want wij weten, dat de Wet geestelijk is,

II. Maar ik ben vleeschelijk,

III. Verkocht onder de zonde,

everen vanzelve aan onze aandacht even zoovele rustpunten op.

I.

Want wij weten, dat de Wet geestelijk is

Zoo spreekt de Apostel; en hiermede doet hij het des te meer uitkomen, hoe de zonde bovenmate zondigende wordt door het Gebod. Want de Wet handhaaft niet alleen de uiterlijke letter, maar staat ook, zonder toegeven, op eiken tittel en jota, zooals zij geestelijk wil begrepen en toegepast worden. Zij wil niet alleen uiterlijke werken, uiterlijke gerechtigheid en heiligheid, zooals zulks in burgerlijken handel en wandel vanzelve spreekt; — zij wil niet alleen dat wij met de daad niet echtbreken, moorden en stelen; — zij eischt niet alleen, dat wij dit of dat niet doen of vermijden; — zij vordert niet alleen heiligheid van handen, van voeten, van oogen en van den geheelen mensch, ja, zij verbiedt niet alleen de begeerte, maar zij beveelt en voert het opperbevel met eenen ijzeren staf, en dreigt verschrikkelijk: gij zult, — gij zult niet. — Zij wil boven alles, dat wij uit eigen vrijen wil en met eigene krachten snel en volvaardig alles zoo volvoeren, als zij het eene of het andere ons oplegt. Zij wil, dat wij haar gedurig naar de oogen en op de handen zien, en ons daar ijlings heen begeven, werwaarts zij hare gebiedende wenken laat gaan; dat wij alles, wat zij begeert, uit den grond des harten, met lust, volkomenheid, vriendelijkheid en liefde ten uitvoer brengen. — Zij wil, dat wij God, als den levenden God,

Sluiten