Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3:10; 1 Cor. 16:22), dewijl de zonde, welke in ons is, daardoor bovenmate zondigende wordt, en ons geheel onder den voet werpt, hoe meer wij gelooven, haar door het Gebod te kunnen dooden; — ja, zij zal ons te water of in den strik des ongeloofs, der vermetelheid of der wanhoop, en naar den strop jagen, voor zooveel wij niet alle onze heiligingsstelsels naar buiten en overboord werpen, opdat het schip alleen op vrije genade drijve. — „Zullen wij dan niets overhouden?" — Hoe, hebt gij dan wat? Gij hebt niets, en wat gij hebt is zonde, welke geduriger bovenmate zondigende wordt door het Gebod. — „Zullen wij dan nietsdoen?" — Gij kunt niets dan zondigen (Rom. 7 : 18; Rom. 3: 12), en hoe meer het „doen", en al was het ook slechts „een luttel doen", nog wat bij u geldt, zoo veel te erger maakt gij het. — „Wij moeten er toch naar staan, dat wij niet zoo onrein voor God verschijnen, de zonde dient toch gedood te worden, wij willen ten minste dit en dat vermijden!" — Gij kunt niets willen, de zonde wordt u gedurig te machtig, en gij bezwijmt in uwe krachteloosheid. — Heden niet bereid, — morgen nog minder bereid, de zonde zal u bedriegen; heden niet heilig, na een jaar nog onheiliger; heden onwaardig, na tien en dertig jaren nog onwaardiger. — „Wat moet ik dan doen?" — Werp uwe heiligingskrukken weg, verre van u weg! gij komt er den berg Sion niet mede op. (Ps. 24.) Ruk die lompen af, waarmede gij uwe wonden bedekt houdt, en toon u aan Hem, Die heilig en rechtvaardig is, zóó als gij zijt! laat al het uwe los, hier aan zichzelven te wanhopen is zaligheid. Geef Gode recht en veroordeel voor God uzelven! en gij doet, wat God wil, dat gedaan worde, — en wacht reikhalzende op Zijne genade, die u aangebracht is in Christus, Zijnen Zoon: — dien toch wordt zijn geloove tot gerechtigheid gerekend, die niet werkt, maar in Hem gelooft, Die den goddelooze rechtvaardigt. (Rom. 4 : 5.) Hoort gij, wat de Schrift zegt? — „Die"... niet diegenen, welke in de liefde staan, niet heiligen, rechtvaardigen en vromen, — neen, neen! maar „den godde 1 ooze rechtvaardigt", — O, bidt, dat de Vader van onzen Heere Jesus

Sluiten