Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANHANGSEL.

„Met hartelijke blijdschap en met eene dankgevoelige ziel tot den Heere zijner gemeente ontvingen wij het aangename en verblijdende berigt, dat het onzen geliefden Broeder, den Schrijver dezer Leerrede, in weerwil der vijandschap, haat, vervolging en tegenwerking van de magt der duisternis, ja, tot spijt des satans en zijne instrumenten — tot zijn grootst genoegen vergund werd, de heilige Kanselplaats elders te betreden, om het dierbare Evangelie zijns Heeren, als de blijde boodschap, te prediken. Een verblijdend welkom was ons daarom deze Leerrede, door onzen dierbaren Broeder uitgesproken — en het lezen derzelve, een zalig genot, der dierbare waarheden, welke in deze Kanselrede zoo apostolisch opengelegd zijn, namelijk: Ellende en Verlossing, hetwelk wij wel de ziel van het ware Christendom noemen mogen.

Billijk zou men verwacht hebben, dat al des Heeren volk deze Leerrede met blijdschap en met een dankbaar gevoel voor den Heere, ontvangen en met toestemming en zegen voor het hart, moest gelezen hebben: maar de geruchten hebben juist het tegenovergestelde verspreid! — Men heeft helaas! dit oorspronkelijk werk zoowel, als den persoon verketterd. ' Hoe is dit mogelijk, vraagt men ? Ja, dat is natuurlijk eigen; want de farizeër in ons binnenste onderwerpt zich der Wet Gods niet — hij kan het ook niet! — En deze geest is het, die door alle eeuwen heen, zoodanige waarheden voor ketterij uitgeschreeuwd en de verkondigers derzelve vervolgd heeft. De bron daarvan is onkunde en blindheid: zij zien niet anders; want het gaat hen als die blinden man, wien de Heere Jezus de oogen slechts door het aanraken, opende — hem nu vragende: „Wat ziet gij? Ik zie de menschen als boomen", zeide hij. Ziet, die man zag wel, maar niet recht — want hij moest de menschen beschouwen leeren, zoo als dezelve in der daad zijn: „Onreine wormen in zichzelven, wroetende in „het slijk dezer aarde en der zonde".

Nu, deze verguizing moest de Schrijver ook nog ondergaan, opdat aan hem de woorden onzes Heeren waarachtigwerden: „Gij zuil van allen gehaat worden ' — ook „van uwe huisgenooten". Ja, laat vrij alle onweders over hem heen gaan —

Sluiten