Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en niet vrij doen; niets uithalen of inlassen, zonder aanmerkingen, noten etc., dan zouden ze meer algemeen bijval vinden; ik wil ook niet ontveinzen, dat 't mij hindert, op het titelblad de namen van Krummacher en Albrecht vereenigd te vinden. Ziedaar mijne gedachten over A." — En wat nu de vertaling betreft der leerrede van Kohlbrügge over Rom. 7: 14, zoo is die niet beter. Er zijn ove>al tusschenvoegingen en verklarende opmerkingen te vinden, die dan ook derden aanleiding gaven tot kritiek op de preek zelve; hij, zelf de waarheid van het gesproken woord niet vattende en ketterij vreezende, wilde het verbeteren én . .. bedierf het ten volle! KoHLBRiiooe achtte zich verplicht zelf de preek te vertalen én uit te geven. In deze nieuwe uitgave zijn ook opgenomen de haakjes [], die men vindt in de origineele (tweede) uitgave van het jaar 1836, waartusschen K. eenige toevoegsels tot zijne in het Duitsch verschenen leerrede geplaatst heeft, welke hij na al de twisten noodig achtte. Immers de preek had veel tegenspraak verwekt; de vertaling kon zelfs eerst geen uitgevers vinden. Ds. G. N. Westerouen Van Meeteren had eene door hem bewerkte vertaling aan twee uitgevers aangeboden, te Delft en te Leiden, maar beide weigerden ze; ook de boekhandelaar J. H. den Oude te Amsterdam was niet voor de uitgave te vinden; „hetgeen ons niet verwonderen kan, maar door ons volkomen moet goedgekeurd worden", schreef zekere Berends, „wanneer wij letten op de niet met de leer der Gereformeerde Kerk overeenkomende en tegen den Bijbel aanloopende uitdrukkingen, welke in deze /Leerrede gevonden worden". Deze B. E. Berends was een bakker van beroep te Arnhem, die ook aldaar oefende*, en die, nu de lezing der preek in het land mogelijk was geworden, „het gevaar groot achtte, dat door de gevoelens van den Heer K. een grooter getal der eenvoudigen en niet genoeg gefundeerde Christenen zouden worden meegesleept"; hij moest dan ook het volk des Heeren waarschuwen, zooals de Apostel Johannes de Gemeente, met de woorden: „Geliefden, gelooft niet eenen iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn!" en bracht zij-ne „aanmerkingen omtrent enkele stukken uit die gehouden Leerrede opgezameld, en bij het licht van Gods Heilig Woord en Formulieren van Eenigheid beschouwd" te berde in eene

*) In Arnhem waren volgens Ds.Laatsman's Brieven twee oefenende bakkers ; één er va» was Berends. Beiden kwamen wel te Rheede ter kerk.

Sluiten