Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke werkelijkheid. Maar de Kerk in haar tegenwoordige en uit wend ige vorming? Is die óók een vergadering zuiver van oprecht geloovigen of wedergeborenen ?

Dit gaan wij nu beantwoorden.

Ook voor óns is de Kerk de vergadering van de geloovigen, in den zin van de oprecht geloovigen. Alleenlijk de Kerk is daar in de zwakheid van deze aardsche bedeeling, nog niet recht geplaatst. Als in de Schrift wordt gesproken van de Kerk of Gemeente Gods hier of daar, dan heeft dit óók onder het Nieuwe Testament, nog iets van het noemen van Israël als het volk Gods, onder de Oude bedeeling.

Zie het maar in de gelijkenissen van Jezus van het Koninkrijk Gods, hoe daarin de voorstelling ligt, dat velen binnen koinen, en met de goeden verzameld worden, die er slechts voorloopig en tot de H e e r e komt, i n blijven. Precies dus als onder het Oude Testament. Nog gezwegen van de nauwe betrekking waarin ook dezen gesteld worden tot het heil en ook tot den Heere.

Dus de Kerk bestaat niet uit enkel oprecht geloovigen? — De Kerk in uitwendige verschijning en zooals de mens c hen haar kennen, — of ook: de uitwendige z ij d e der Kerk: — neen. Maar de Kerk zelf: wèl. Maar de Kerk zélf, de Kerk in zuiveren zin, die kennen wij niet; daarmede kunnen wij betrekkelijk niet rekenen in de praktijk. Altans wij kunnen haar niet aanwijzen. Wij zien haar niet zuiver vóór ons. Wij zoeken haar nog. Wij kennen en zien alleen de Kerk, als een vergadering van oprecht geloovigen èn bloot uitwendige discipelen, of: van oprecht geloovigen in vermenging met bloot uitwendige discipelen.

Dit is niet de Kerk op zichzelf, of de Kerk zooals God ze alleen zuiver vóór zich ziet. Maar gelijk ook het Nieuwe Testament die uitwendige discipelen erkent als i n het net, enz. vergaderd met de oprechten, en als mèt hen Gods volk zijnde, en alle de kinderen hoofd voor hoofd, voor dezen

Sluiten