Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

macht zweemt. Immers, Paulus noemt sommigen, die hem veel moeite veroorzaken, valsche broeders. Een benaming toch die zeer scherp is. Wij moeten hierbij niet aan overijling denken. Paulus oordeelt van zijn tegenstanders, of altans van sommigen van hen, dat zij „valsche broeders" zijn. Dit getuigt van een zien in, en op dien grond oordeelen over, het hart en den stand voor God. Een valsche broeder toch is een schijn-broeder, uitwendig slechts een broeder, maar niet in der waarheid.

En toch maakt Paulus van deze zijn kennis van hetgeen in deze menschen was, geen gebruik, noch leert het den anderen ambtsbroeders, om hen uit de Kerk, waar zij naar hun inwendig bestaan buiten stonden, te verwijderen. Zelfs vinden wij niet, dat hij een zacht voortschrijdende tucht op hen laat toepassen, behalve bij bepaald betoon van ongehoorzaamheid. Wij krijgen op dit punt ten volle den indruk, dat Paulus, hier navolgende, ook leert navolgen, het aangrijpende voorbeeld van Jezus, die degenen welke hij kende als niet te behooren tot Zijn ware vrienden, evenwel niet belette zich te houden onder de schare zijner discipelen, als zulken die tot zekere hoogte altans, geloofden in Zijn Naam, Joh. 2 : 23—25. Neen, hoewel Hij zich zeiven somtijds aan hen niet betrouwde, verwijderde Hij ze niet uit den wijderen kring, die Hem omgaf, noch ook stootte hen openlijk af. Zelfs Judas verdroeg Hij op deze aarde onder Zijn naaste vrienden. Slechts belette Hij het niet, als zij zeiven ten slotte verkozen heen te gaan. Doch ook dan komt er nog eerder een toon van beklag over zulk een gedrag van Zijn lippen, dan een zucht van verlichting over het verlost worden van dergelijke vrienden, Joh. 6 : 66, 67.

En volkomen hiermede overeenkomende is de handelwijze van Petrus tegenover Simon den Toovenaar in Hand. 8. Want hoewel Petrus zag bij Geestes licht, dat deze „geen deel noch lot had in dit Woord", en „zijn hart niet recht was voor God", verwijderde hij hem niet, noch liet hem

3

Sluiten