Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bediening des Verbonds, dan is hij hiermede in de gemeenschap van, tot zekere hoogte, dat alles gesteld. Ook hier weer dezelfde vage uitdrukking „tot zekere hoogte". Toch moet zij er bij.

De bediening des Verbonds wil hier zeggen, niet het Verbond zelf, maar de bedeeling, of het brengen, des Verbonds. Zoo iemand die de bediening des Verbonds heeft, behoort tot den kring, waar binnen het Verbond valt, en die met het Verbond, en zijn inhoud, — want zonder dien inhoud zou het Verbond wegvallen, — begunstigd en begiftigd wordt, zoodat hier aireede is een deelhebben aan het Verbond, doch een deelhebben tot zekere hoogte en eenigzins, of op uitwendige wijze, hoewel dit al weer niet t e uitwendig mag opgevat worden. Precies te zeggen hoe het is, zoodat alle vaagheid weggenomen wordt, gaat niet. Ahnung en gevoel moeten als 't ware ook een weinig er bij te pas komen.

Met die bediening in uitwendigen zin van het Verbond, wordt dus niet anders aangeduid, dan wij reeds zeiden met het tot zekere hoogte of betrekkelijkerwijze, of in uitwendigen zin, deelhebben aan, of zijn in het V er bond. Verder kunnen wij niet zeggen. Ja, als wij gaan spreken van de bediening of bedeeling des Verbonds, zijn wij weder verplicht deze zelfde onderscheidingen hierbij aan te wenden. Want gelijk het Verbond, zoo heeft ook zijn bediening twee zijden, dezelfde twee zijden die het Verbond heeft.

De onderscheiding van in het Verbond te zijn, óf slechts tot zijn bediening te behooren, onderscheidt niet, omdat zij feitelijk de vaagheid nog grooter maakt, tot het wegvallen van alle reeds aangegeven onderscheiding toe. Want het is toch klaar, dat de gansche bediening of bedeeling des Verbonds nevens een uitwendige of zichtbare, ook een onzichtbare of verborgen zijde heeft, n.1. voor hen die ook geestelijk in het Verbond zijn. Het uitwendige, het binnen het natuurlijke blijvende, hebben beide soorten van bondelingen, maar het verborgene, waarlijk geestelijke en

Sluiten