Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet de wetenschap van het godsdienstig-zedelijk leven, maar het is de Iheologie te doen om de kennisse Gods en wel om dc kennisse Gods in den absoluten zin des woords. (Encyclopaedie2 I bl. 351).

De eerste voorwaarde om daartoe te komen is de weder geboorte of, zooals K. gaarne zegt, de palingenesie. In den mensch is een kiem van godsdienst (semen-religionis), een zin voor het goddelijke (sensus divinitatis), levensgemeenschap met den inwonenden God. Hierdoor zoekt de mensch de kennisse Gods. Hij kan zich zelf die kennisse niet verschaffen, deze moet aan den mensch borden geopenbaard. Door de zonde is de sensus divinitatis verstoord Door de palingenesie komt zij weer tot kracht; want door de palingenesie komt de inwoning van den H. Geest. De openbaring is gegeven in de Schrift. De i-I. Geest in het wedergeboren subject herkent den H. Geest in de Schrift in zijn identiteit en besluit daaruit tot het goddelijk karakter der Schrift.

Deze wedergeboorte is een herschepping van den mensch, maar geen nieuwe schepping, enting geen nieuwe planting. Zij is eene potentie te midden van eene met haar wezen strijdige actualiteit (Ene. III bl. 5). In den wedergeborene blijft de zonde nawerken. Zoo komt het dat de Kerk bij nader kennismaking tegenvalt.

Tot deze wedergeboorte draagt de mensch zelf niets bij. Zij is een proces dat in zuivere genade zijn grond vindt. Met het mensch el ij ke bewustzijn heeft dit proces dan ook niets te maken. Het kan zelfs geheel buiten dit bewustzijn omgaan. Men zij derhalve op zijn hoede de wedergeboorte niet voor te stellen als een geheel onafhankelijke scheppingsdaad. Deze voorstelling toch is ten eenenmale onjuist en men mag zich ten deze door de uitdrukkingen der Heilige Schrift, dat we „den nieuwen mensch" moeten aandoen, en „geschapen zijn in Jezus Christus" niet laten misleiden. Van een onafhankelijke scheppingsdaad zou sprake kunnen zijn, zoo de wedergeboorte een nieuwe schepping ware. Nu het eene herschepping is, dient erkend.

Sluiten