Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziet, dat is het Evangelie, — maar onze lofzang van zooeven gold de wet!

En als we dan zingen:

„Hoe Uw geboön mij tot Uw liefde wekken!"

(Psalm 119 : 3.) is dat dan niet precies het tegenovergestelde van wat wij doorgaans denken en zeggen?

Ik zeide: niet geheel ten onrechte!

Immers ook in Hebr. 12 wordt „Sinaï" en „de stem der woorden," d. i. de wet geplaatst tegenover „de stad des levenden Gods" en „het bloed van den Middelaar des Nieuwen Testaments, dat betere dingen spreekt dan Abel."

Maar daar wordt toch ook gezegd, wat (niet door orthodoxe, confessioneele menschen, maar door andere christenen) wel eens anders wordt geleerd, dat God precies dezelfde is onder het Nieuwe Verbond, die Hij was onder het Oude. Er staat: „Gij zijt gekomen tot den berg Zion, tot God, den Rechter over allen," en dan wordt uiteengezet, hoe God onder het Oude Testament den Sinaï heeft bewogen, maar hoe Hij eens, niet alleen de aarde, maar ook den hemel zal bewegen: „O God! ik beef . . . "

Wat hier staat in Ps. 119 : 3, nl. dat „Uw geboön mij tot Uw liefde wekken," dat is dan toch heel iets anders!

Uw geboön — tot Uw liefde.

Een zondig mensch, die voor God beeft, heeft daartoe veel te leeren. Daartoe heb ik onzen tekst gekozen, niet omdat ik opzettelijk — ik zal het niet vergeten — over de Zondagsviering wilde spreken, want dat is maar een stuk van de wet. Wat hier staat van het vierde gebod, dat geldt van de geheele wet.

Wij willen komen tot het Evangelie, maar daar kunnen we alleen komen door de wet heen, — niet, zooals wel eens gezegd wordt, door de wet „als afschrikwekkend voorbeeld" voor te stellen, maar door te verstaan „hoe Gods geboön ons tot Zijne liefde wekken."

Sluiten