Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zal u doen zien:

I hoe God en Zijne wet door het farizeïsme wordt onteerd,

II dat de Heiland Hem in het doel der wet voor aller oog

heeft verheerlijkt, en

III dat wij langs dien weg:

a. door Hem worden vrijgemaakt van allerlei dwalingen en bekrompenheden,

b. alle verontschuldigingen van den zondaar verliezen,

c. worden belet onze vrijheid tot willekeur en zondedienst om te zetten, en

d. in eene onmiddellijke betrekking tot den Heere van den sabbat worden gebracht.

I

Het tekstverband M. H. is u bekend. De discipelen hadden honger, ten minste behoefte aan voedsel. Dat heeft men 's Zondags ook, op den sabbat zoo goed als op andere dagen. Ze hadden getracht hunne behoefte te bevredigen, zooals dat in het Oosten meer gebruikelijk was. Wandelend door het korenveld had men de gewoonte de korrels te plukken, en zoo te wrijven, dat ze in de hand heet werden en eetbaar. Dat was geoorloofd (Deut. 23 : 25). Men had hier zelfs een in de Schrift voorkomenden naam voor, die de Efraïmieten niet konden uitspreken: „Schibboleth," dat eigenlijk geroosterd koren beteekent (Richt. 12 : 6.)

Maar op den sabbat mocht dat volgens de Joden niet.

Ziet ge, alle rabbijnen zeiden het: het mocht niet! want dat was werk, en werk was verboden, niet door den mensch, maar door God zelf. Staat daar niet duidelijk: „Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar den zevenden dag zult gij geen werk doen!"

En Jezus was er bij tegenwoordig geweest, en had hen niet bestraft! Ge kunt het begrijpen, dat de farizeën, die zich in alles aan de letter van het voorschrift hielden, daar tegen opkwamen. Ze zeiden: deze mensch kan niet een profeet, een man Gods

Sluiten