Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en die vereeniging, verflauwende in belangstelling, laat van lieverlede de schoolzaken in handen van enkele mannen, die het Bestuur vormen, zoodat deze de geheele zaak als de hunne beginnen te beschouwen, en, al behartigen zij als trouwe broeders de belangen nog zoo consciëntieus — daarmee gaat toch voor een goed deel verloren, wat eertijds zulk een bezieling had gebracht in het schoolleven, n.1. de nauwe betrekking tot en de gevoelde eenheid van de ouders met de school hunner kinderen.

Meer nog is de nieuwe toestand, ingetreden, met de toekenning der Rijksbijdrage en daarmee verbonden bepalingen, van inwerking op het personeel der school, niet het minst in hunne verhouding tot de ouders der schoolgaande kinderen.

En geen wonder. Hadden de onderwijzers in bijzondere mate gedeeld in den algemeenen druk, den finantieelen nood der scholen, hadden zij in hooge mate gedragen den smaad, verbonden aan hun zoo geminacht onderwijs, dat immers voor onze verlichte eeuw niet meer deugde — voor hen vooral brak een tijd van verademing en vernieuwde veerkracht aan. Het moet erkend, er was ongemerkt in het corps onderwijzers gevaren een geest van moedeloosheid en ontevredenheid. Meest werden de grieven in stilheid gedragen. Maar in hunne vergaderingen, vooral waar die een intiem karakter droegen, werd vaak gehoord, hoe men zuchtte onder finantieelen druk, hoe men zich bezorgd maakte voor de toekomst van vrouw en kinderen, hoe „Barnabas" en „Johannes", vroeger beschouwd als zulke liefelijke vertroosters, „wrak" gingen staan, hoe de onderwijzers met hoofdakte die akte als waardeloos gingen beschouwen en — hoe men al meer de schuld gaf aan de bestuurders, de vereeniging, de ouders, die ook bij maatschappelijke welvaart, van een overcompleet in onderwijzers soms onedel gebruik maakten, om het aantal minimumlijders maar steeds te vermeerderen.

't Werd al moeielijker voor de oudere onderwijzers, die de jaren van worsteling gekend hadden, om de jongere collega's tot tevredenheid te stemmen, vooral waar alle rechtspositie ontbrak en daardoor meermalen onderwijzers, om redenen buiten het onderwijs, „naakt aan den dijk werden gezet." Geen wonder, dat het socialistisch gif uit den bond van de openbare onderwijzers ook in onze kringen begon te werken, al werd het, Gode zij

Sluiten