Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dank, door den machtigen invloed van het zoutend zout der Christelijke omgeving tot krachteloosheid gebracht.

Hiermee gepaard ging de vooruitgang op paedagogisch en methodologisch gebied. De toeneming van het aantal onderwijzers en de mindere kans op spoedige benoeming tot Hoofd deed de onderwijzers doorstudeeren. Akten voor talen gaven voordeel. Ook werd de behoefte levendig aan eigen leermiddelen, die vroeger grootendeels moesten gebruikt uit den voorraad der openbare school. De meerdere ontwikkeling en studie der onderwijzers deed hen al meer gevoelen voor de opkomende idéé: de school een eigen instituut, niet uitgaande van de ouders, maar een inrichting met zelfstandig bestaan, waarvan de ouders voor hun kroost kunnen gebruik maken, maar die uit zichzelf leeft en werkt ten zegen van het onderwijs. Vandaar een zich terugtrekken naar studeerkamer en corpsvergadering, een nauwere aaneensluiting, een eigen pers en — een onmerkbare maar zekere vervreemding van de schoolvereeniging, en daardoor een lossere band tusschen ouders en onderwijzers.

Daarbij kwamen de verbeterde salarissen, het pensioen, vastgelegd in de wet, en niet gekregen van de ouders, die de scholen stichtten en onderhielden, maar uitbetaald vanwege de regeering des lands, die ook zorgde voor een „Commissie van Beroep", welke de positie der onderwijzers sterker maakte tegenover de Besturen, die in hunne macht om te ontslaan in groote mate werden beperkt.

Ook de veranderde houding van het schooltoezicht, zooals het van regeeringswege is ingesteld, werd in deze van beteekenis.

Als de Schoolopziener vroeger de Christelijke School bezocht, en dat gebeurde in den regel niet vaak, dan kwam hij daar onder het besef, ik heb hier weinig in te brengen. De onderwijzers mochten hem vriendelijk ontvangen, zijne opmerkingen of adviezen werden meest voor kennisgeving aangenomen, immers ze waren niet aan hem maar aan hun Bestuur en daarin aan de ouders verantwoording schuldig, van wat ze deden en lieten in de school. Pas was echter de Rijkssubsidie vastgesteld, de regeling voor schoolinrichting, leerplan en rooster aangegeven, of hier meer daar minder werd merkbaar, dat het Rijksschooltoezicht autoritair optrad, en de onderwijzers gevoelden: wie

Sluiten