Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het onderwijs zóó wordt gegeven, als in grove lijnen in statuut en reglement is aangegeven; te waken, dat de beginselen van het Chr. huisgezin ook alle onderwijs en tucht beheerschen. Ze treden dus in de school op namens de ouders, zijn voor deze het aangewezen lichaam, om te ontvangen de klachten die er rijzen, de wenschen, die er worden geuit, de opmerkingen, die er soms noodig te maken zijn. Als sommige ouders dat rechtstreeks aan de onderwijzers doen, wordt menigwerf de noodige tact gemist, om den rechten toon te vatten en niet te prikkelen. Een minder aangename boodschap wordt door den mond van een voorzitter lichtelijk verzacht en dragelijk gemaakt.

Een verstandig bestuurslid kan veeltijds ophelderingen geven, die voldoende zijn, om den onderwijzer niet te storen in de zoo noodige rustige stemming bij zijn werk.

Ook voor den onderwijzer zij het bestuur steeds de tusschenschakel met de ouders. Niet altijd en met alle ouders kan de onderwijzer correspondeeren en converseeren. Algemeene wenschen, opmerkingen, raadgevingen, die allen ouders aangaan, kunnen bij gelegenheid door het bestuur worden overgebracht. Of de klompen al of niet aangehouden moeten worden in school, bij regenachtig weer een paraplu moet worden meegebracht, of het schoolgeld op tijd wordt meegegeven en soortgelijke zaken worden beter namens het Bestuur, dan vanwege den onderwijzer aan de ouders gebracht.

Vooral groote beteekenis voor den welstand der school is de steun, dien de onderwijzers genieten van het bestuur in hun zoo gewichtig en vaak zoo moeielijk werk.

Vooral omvat die steun het toonen van eene hartelijke belangstelling in hun werk bij het schoolbezoek, in hunne vergaderingen en telkens als ze met de ouders in aanraking komen, of de gelegenheid zich voordoet, om te spreken over zaken, die school en onderwijs aangaan.

Het schoolbezoek behoort met vaste regelmaat te geschieden, en als een paar bestuursleden de school binnenkomen, dan moeten alle onderwijzers den indruk krijgen, en de kinderen moeten het zien, dat het hunne vrienden zijn, die belangstelling komen toonen. Als ze binnentreden, een stijven groet geven, zich in een hoek van het schoollokaal plaatsen met een strak gelaat, alsof ze

Sluiten