Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het werk des Heeren voor zijn volk, en verzinnebeeldt zijn genadewerk aan zijn geestelijk Israël. In allerlei wisselende tonen bezingt Mozes het werk van dezen Rotssteen. Luistert slechts: Hij schiep Israëls leven: „de Rotssteen, die u gegenereerd heeft." (vs. 18). Hij onderhield dat leven: „Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit de kei der rots." (vs. 13). Hij wrocht Israëls verlossing: „Hij is de Rotssteen zijns heils." (vs. 15). Hij beschermt Israël tegen zijn vijanden, want ze kunnen niet verjaagd, „tenware dathunlieder Rotssteen hen verkocht en de Heere hen overgeleverd had."

En wat deze Rotssteen werkt, het draagt alles het merkteeken van zijn Wezen, het is de uitdrukking van zijn deugdenbeeld, het is de verkondiging, dat Hij goed is: „Hij is de Rotssteen wiens werk, volkomen is." Volkomen, niet slechts, gelijk het vóór de grondlegging der wereld ligt in Zijn Raadsbesluit, en, gelijk het in den dag der voleinding, volmaakt en heerlijk prijken zal. Het grondwoord ziet niet zoozeer op een werk, dat reeds in zijn voltooiing volbracht is; maar het werk van dezen Rotssteen is in elk deel, op eiken tijd, aan elke plaats, bij elk zijner schepselen immer volkomen, onbestraffelijk, ongerept, evenredig, zichzelf gelijk, in overeenstemming met zijn eigen volkomenheid. „Want," zoo vervolgt Mozes, — en hij verklaart daarmede dat volkomen-zijn — „alle zijne wegen zijn gerichten, God is waarheid, er is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij."

Die naam is er waarborg voor, dat Hij voor al de zijnen Dezelfde is en hetzelfde werkt. Verandering noch schaduw van omkeering is er bij Hem die zegt: „Ik de Heere word niet veranderd, daarom zijt gij, o kinderen Jacobs, niet verteerd." Die God is ook onze zaligheid, ja een God van volkomene zaligheid. Heel het leven der gemeente, geboren uit dezen genereerenden Rotssteen, is een genadeketen van werken Gods voor ons, die roepen tot geloovige aanbidding.

En waar zou ik beginnen, waar eindigen, wanneer ik u in orde verhalen moest wat God in die veertien jaren van onzen dienst voor u gewerkt heeft als de Rotssteen van uw leven? Was niet heel de prediking des Woords (in zijn korte saamvatting de uitroeping van dien Naam) reeds zelve een werk, het groote werk Gods voor u, tot uw geloof en uw

Sluiten