Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gereformeerde Kerk van Amsterdam, van hen die geboren zijn uit de mannen en vrouwen der Afscheiding, die door Gods genade bij de beginselen der Afscheiding zijn bewaard of zich gedrongen hebben gevoeld naar de Belijdenis der vaderen zich bij hen te voegen of met hen te vereenigen.

Het doel van ons schrijven is niet eene verdediging van de Afscheiding te geven. Zij is van den beginne door velen bestreden, heftig bestreden, bestreden zelfs met onwaardige, met de schandelijkste middelen, door enkelen op eerlijke, door velen op gemeene wijze. Synode en lagere besturen, Koning en rechterlijke macht, militaire macht en gepeupel zijn vereenigd geweest om de Afgescheidenen, die God vreesden en den Koning eerden, te behandelen en te mishandelen, alsof zij het uitvaagsel van Nederland waren. Het is dan ook niet te verwonderen, dat velen, trouwe zonen van het vaderland, om de vervolgingen de wijk hebben genomen naar Amerika en zich aldaar vele ontberingen hebben getroost om het gouden goed der vrijheid te genieten, dat Nederland aan Jood en heiden schonk, maar den waren gereformeerden onthield. En ook nu nog zijn er velen onder onze broeders en zusters van Gereformeerde belijdenis, die de Afscheiding veroordeelen als eene daad van trouwelooze verlating van de ware kerk, een prijsgeven van de goederen, een gemis van lijdzaamheid, een zoeken van eigen rust, eene handeling van menschelijke willekeur. Een zoodanig oordeel gaat in den regel niet gepaard met eene grondige kennis van de geschiedenis der Afscheiding.

Behoeft de Afscheiding in onzen kring, bij de lidmaten van de Gereformeerde Kerk, nog verdedigd te worden ? Thans na 75 jaren, heeft zij geene verdediging meer van noode. De geschiedenis — of liever God in de geschiedenis — heeft haar gerechtvaardigd. Een ieder, die iets gevoelt voor de vrijheid van geweten op onzen vaderlandschen grond, zal zich schamen over de gruwelijke mishandeling van de Afgescheiden, voor het meerendeel arme en geringe lieden. Wie zal het eene eere rekenen den naam zijner vaderen te lezen

Sluiten