Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontbrekende of verkeerde konden zij niet bepaald aanwijzen. Ook tegen de prediking van vader werd door hen geene bepaalde aanmerking gemaakt, en in het verkeer met de gemeente had hij te veel achting voor de vromen, dan dat hij het gewaagd zou hebben hen in de waarheden, later door hem erkend, tegen te spreken. Duidelijk bleek dit in een reeds bejaard man, in die gemeente woonachtig. Deze man Klaas Pieters Kuipenga, had bij de komst van vader te Ulrum, nog geene belijdenis des geloofs afgelegd. Wel was hij door de Groot onderwezen geworden, en had deze hem willen aannemen, maar Kuipenga gevoelde zich met de leer van de Groot niet vereenigd en kon daarom tot het doen der belijdenis niet besluiten. Later door vader opgewekt om zich verder te laten onderwijzen, voldeed hij hieraan en kwam wekelijks één uur in de pastory. In deze catechisatie, of liever in dit bijzonder onderricht sprak Kuipenga dikwijls van de onmacht des menschen ten goede, van zijnen eigenen doemwaardigen toestand voor God en zeide dan : „Indien ik ook maar één zucht tot mijne zaligheid moest toebrengen, dan was het voor eeuwig verloren." Dit was toen voor vader, gelijk hij later meermalen zeide, eene geheel onbekende en vreemde taal. Hem ontbrak toen nog die kennis van zichzelven, die noodig is om de zaligheid eeniglijk in Christus te zoeken en van de ongenoegzaamheid eener helpende genade overtuigd te zijn. Evenwel durfde hij het niet tegenspreken. Achting voor den man, de herinnering aan het vroegere door hem genoten onderwijs en (zoo het hem toen toescheen) eenige schijnbare bewijzen uit den Bijbel hielden hem daarvan terug. Kuipenga bemerkte hierdoor niet, dat de leeraar van hem verschilde en deed na een korten tijd belijdenis van zijn geloof.

Voor vader had deze afzonderlijke catechisatie tengevolge dat hij meer bepaald tot onderzoek der waarheid gebracht werd, en zonder vooringenomenheid de waarheid Gods, in Zijn Woord geopenbaard, zocht te kennen. Tot hiertoe slechts het meest bekend met de werken van den lateren tijd, was

Sluiten