Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In ditzelfde jaar had Ds. De Cock bij J. H. Bolt te Groningen een boekje uitgegeven, groot 75 bladzijden, getiteld : „De Evangelische Gezangen, getoetst en gewogen en te ligt bevonden door Jacobus Klok, Verwer en Koopman te Delftzijl, met eene korte voorrede en uitgegeven door H. de Cock, Geref. leeraar te Ulrum." Om deze uitgave werd De Cock uitgenoodigd den 5den Mei te verschijnen voor het Provinciaal Kerkbestuur van Groningen. En voor geen anderen grond dan de uitgave van dit boekje is den 29sten Mei het vonnis der afzetting over De Cock uitgesproken.

En om diezelfde uitgave heeft de „Algemeene Christelijke Synode der Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden" bij vonnis van den 16den Juli 1834, onderteekend door H.H. Donker Curtius, president en J. J. Dermont, secretaris, hem schuldig verklaard aan „een bedrijf, hetwelk leiden moet tot verstoring van orde en eendragt in de Nederlandsche Hervormde Kerk"; hem wordt een tijd van een half jaar verleend om zijn berouw en leedwezen over dit bedrijf te doen blijken, zullende bij gebreke daarvan, na verloop van genoemden tijd, het Provinciaal Kerkbestuur van Groningen geauthoriseerd zijn hem namens de Algemeene Synode van zijnen dienst als Predikant in de Nederlandsche Hervormde Kerk geheel af te zetten."

De Cock heeft zich van prediking onthouden ; geen adres aan Kerkbestuur noch Koning baatte; de ringpredikanten brachten aan de gemeente niet de volle waarheid."

„Dit alles, in verband met wat er sedert 1833 gebeurd was, bracht hem tot de overtuiging, dat hij zich den aandrang van den kerkeraad niet langer mocht onttrekken; dat onderwerping aan het kerkbestuur voortaan zonde zou zijn ; dat de tijd tot handelen tegenover het bestuur was gekomen, en dat hij de gemeente niet langer ten prooi mocht laten aan de willekeur van een kerkbestuur en de verderfelijke leeringen der ringpredikanten, waarvan hij den 12den October getuige was geweest, toen Ds. Smith over de zaligsprekingen bij Matth. 5 predikte.

2

Sluiten