Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en knielend opzien tot den Heere, ons afgescheiden van de valsche kerk en in de mogendheden des Heeren het ambt aller geloovigen aangenomen, hetwelk Hij, de Heere, de Almachtige en Drieëenige God bevestige. Met psalmgezang en dankzegging is die plechtigheid besloten."

Dit is het begin van de Afscheiding in Nederland. Zondag 19 October predikte De Cock in de kerk te Ulrum en de ringpredikant vertrok; De Cock, door de burgerlijke macht belet den predikstoel op te gaan, plaatste zich op eene bank 's Middags vond hij de kerkdeur gesloten, doch in eene schuur sprak hij over „den eenigen troost, beide in leven en sterven".

Zaterdag 25 October kwam te Ulrum een detachement van 150 soldaten. Twaalf hunner werden in de pastorie ingekwartierd. Zondags kreeg Ds. De Cock kamerarrest en aan zijne vrouw werd in eene andere kamer der pastorie arrest opgelegd. De ringpredikant kon nu in het kerkgebouw der gemeente zonder gemeente optreden. De vervolging was begonnen.

Op de afzetting van Ds. De Cock is spoedig gevolgd de afzetting van Ds. H. P. Scholte te Genderen, n.1. den 19den December 1834.

Slechts weinige leeraren hebben de gemeenschap met de Synode en haar Kerkverband gebroken. Het waren de jeugdige predikanten, die verzocht hadden, dat de Synode openlijk en onverholen zich over de verbintenis der predikanten met betrekking tot de formulieren van eenheid zoude uitspreken. In de Handelingen der Synode van 1836 kon dan ook worden vermeld: „Dat van den H. Dienst ontzet waren J. van Rhee te Veen; G. F. Gezelle Meerburg te Almkerk en Emmikhoven; S. van Velzen te Drogeham, en A. Brummelkamp te Hattem en zulks alles wegens wederstreving der kerkelijke wetten en verordeningen." Gezelle Meerburg werd afgezet den 24sten November 1835, Simon van Velzen den 13den Januari 1836 en Anthony Brummelkamp den 7^n October 1835.

Sluiten