Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne beschrijving is toch: Roemt in den naam Zijner heiligheid. Het hart dergenen, die den Heere zoeken, verblijde zich.

„Zes leeraren — De Cock, Scholte, van Velzen, Brummelkamp, Van Rhee en Gezelle Meerburg — waren thans door het Kerkbestuur van het Hervormd genootschap uit de bediening gezet. Zij werden tevens verhinderd in de kerkgebouwen op te treden, en waren genoodzaakt, nadat hun vooraf groote onkosten in rekening waren gebracht, met verlies van hunne bezoldiging, hunne woning te verlaten. De Burgerlijke overheid toch, en over het algemeen de Rechterlijke macht, toonden zich de gehoorzame en gedweeë dienaressen van dat Kerkbestuur, zonder zelfs eenig onderzoek te willen instellen naar de rechtmatigheid van den eisch der vervolgzieke predikanten. Maar die zes leeraren weifelden geen oogenblik. Aanstonds gingen zij voort om, gelijk vroeger, hunne bediening uit te oefenen, nu niet in kerkgebouwen, maar in schuren en dergelijke plaatsen; terwijl gedurig, ook van elders, velen zich tot hen vervoegden, die, naar artikel 28 der Geloofsbelijdenis, het ambt der geloovigen op zich namen.

Zoo breidden zich de gemeenten steeds verder uit. Ook werden de leeraren voortdurend op andere plaatsen genoodigd, om daar gemeenten te ordenen; zoodat weldra over geheel het land tal van gemeenten werd gevonden, die vereenigd met het geloof, gelijk het is uitgedrukt in de Belijdenisschriften der Gereformeerde Kerk, uit het Hervormd genootschap waren uitgegaan. Deze voorspoedige voortgang der scheiding was niet te verwonderen. Nog altijd werd bij velen het geloof gevonden, waardoor Nederland, in den tijd der Reformatie, een staat onder de staten van Europa was geworden, en dat, tijdens den grootsten bloei der republiek, algemeen beleden werd. Van ganscher harte vereenigd met de voormalige Gereformeerde Kerk, die de Remonstranten uitgeworpen en de meest besliste maatregelen had genomen tot bewaring van de zuiverheid der leer, hadden zij zich

Sluiten