Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerkgebouwen in bezit te houden, en daarmede het oordeel van den Rechter der gansche aarde af te wachten, dat zij ootmoediglijk wenschen te berusten in de beschikking des Allerhoogsten, en zelve wel voor gebouwen zouden zorgen.

Dit adres werd reeds den 16den Maart 1836, door eene Commissie der Synode, met de Formulieren van eenigheid, namelijk de Geloofsbelijdenis, de Catechismus en de leerregels der Synode van Dordrecht en de Liturgie, aan den Koning overhandigd. Ook werd bij deze stukken een afschrift overlegd van de Handelingen der Synode, opdat de Koning daardoor overtuigd zou worden, dat de Afgescheidene gemeente niets wenschte te ondernemen, of ten uitvoer te brengen, waardoor de openbare orde of veiligheid gestoord zou kunnen worden. Maar dit alles had bij de Regeering geen invloed; integendeel, de vroegere beschikking des Konings werd door een Koninklijk Besluit van den 5den Juli 1836, met inachtneming van alle vormen verscherpt; terwijl alle openbare machten in het Rijk, die het eenigszins kon aangaan, nadrukkelijk werd aanbevolen toe te zien, dat aan dit Besluit zou voldaan worden.

Thans waren derhalve door de Hooge Regeering de gevestigde Gemeenten ontbonden verklaard, hare samenkomsten verboden, en werden haar straffen bedreigd, indien zij op den ingeslagen weg voortgingen, en de Christelijke Gereformeerden zich niet als eene nieuwe sekte wilden voordoen. Zoo handelde de Regeering van ons land. Zij heeft dit gedrag met alle middelen, die haar ten dienste stonden, niettegenstaande de aanspraken, die onophoudelijk gemaakt werden, vijf jaren bijkans volgehouden, en geheel het volk zag het aan.

Dit niet alleen, die maatregelen werden nagenoeg algemeen toegejuicht, en door het volk bevorderd. Rijken en armen, aanzienlijken en geringen, godsdienstige en gewetenlooze menschen, geleerden en onkundigen, de meest behoudenden en de meest vrijzinnigen, allen, zonder onderscheid, vereenigden zich, spanden samen, om de Christelijke

Sluiten