Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diking en de bediening der Sacramenten had te onthouden.

Dezelfde Synode heeft nog een besluit genomen, dat gunstig gewerkt heeft. Met verwerping van alle na de scheiding gemaakte kerkeordeningen, is zij teruggekeerd tot die van Dordrecht van 1618 en 1619, om haar, met inachtneming van den tegenwoordigen toestand, te gebruiken. Dit besluit is sedert genoemde Synode van kracht gebleven, en geldt nog steeds in de kerkregeering.

Intusschen was er, tijdens de genoemde Synode, reeds verandering gekomen in de betrekking van sommige gemeenten tot den Staat. De gemeente te Utrecht had, in December 1838, een adres en reglement, door haren leeraar opgesteld, zonder dat anderen er mede in kennis gebracht waren, goedgekeurd. In dit adres werden de Opzieners en Diakenen ter erkenning aan den Koning voorgesteld. Een Huishoudelijk reglement werd er bij overgelegd. Voorts werd verklaard, „dat de onderteekenaren geen aanspraak zouden maken op eenige goederen, rechten of titels van het Nederlandsch Hervormd- of van eenig ander kerkgenootschap. Dat zij zeiven zouden zorgen voor het onderhoud hunner kerkelijke dienaren, hunner kerkgebouwen en armen, zonder ooit aanspraak te maken op toelage uit 's lands schatkist; en daarom reeds een gebouw hadden aangekocht, dat geheel voor hunne gemeenschappelijke Godsdienstoefeningen geschikt was." Tengevolge van deze verklaring verzochten zij, „dat Zijne Majesteit hen, volgens hunne Formulieren van Eenigheid, met hunne kerkelijke inrichting, als eene christelijke afgescheiden Gemeente onder het kerkelijk bestuur van de voorgestelde personen als opzieners en diakenen, in de burgerlijke maatschappij geliefde te erkennen ; en tengevolge daarvan hen te ontheffen van de nog altoos voortdurende belemmering hunner gemeenschappelijke openbare Godsdienstoefeningen."

Na de indiening van dit adres en bijgaand Huishoudelijk reglement, was op autorisatie des Konings, met den eerst ondergeteekende H. P. Scholte eene conferentie gehou-

Sluiten