Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

De voortgang der Afscheiding in Amsterdam.

De ware Gereformeerde gemeente of zooals zij zich ook noemde de Afgescheidene Gereformeerde gemeente van Amsterdam is klein begonnen, doch in den loop der jaren uitgebreid, vooral sinds in 1897 de Gereformeerde Kerk A (voorheen de Christelijke Gereformeerde gemeente geheeten) en de Gereformeerde Kerk B (voorheen de Nederduitsche Gereformeerde Kerk geheeten) met elkander zijn vereenigd en met weglating van de letters A en B, van dien tijd af den naam dragen van De Gereformeerde Kerk van Amsterdam.

Na meer dan 60 jaren heeft zij toen (in 1897) eindelijk den naam gekregen, dien zij in 1835 reeds begeerde te dragen, maar niet mocht en kon dragen, wederrechtelijk en gewelddadig daarin verhinderd door de hooge en lage overheid.

In die vijf en zeventig jaren (van 1835—1910) heeft God haar staande gehouden te midden van druk en vervolging, onder twist en innerlijke verscheuring. Tot 7 April 1838 heeft de gemeente van Amsterdam de som van f 2072.11 aan boeten betaald. Alleen in de provincie Friesland beliepen de boeten in de eerste helft van 1837 f 6800. Dit geld heeft de overheid onrechtvaardig afgenomen van voor het meerendeel geringe lieden. Dit feit der geschiedenis mag niet vergeten worden. Deze gruwel, door de synode van 's Gravenhage gewild en toegejuicht, moet in de gedachten van de zonen en dochteren der scheiding, doch niet van hen alleen, maar

Sluiten