Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken A en B in 1897 plaatselijk vereenigd werden. „Wij kennen — zegt hij — slechts broeders en zusters, van eenzelfde huis, van één geloof, van één doop, van ééne hoop onzer beroeping. Op mijn ouden dag geniet ik het onuitsprekelijk heerlijk voorrecht de ééne Gereformeerde kerk in de hoofdstad des lands te mogen dienen."

Gispen was een man van grooten eenvoud en van weinig eigendunk. Hij waardeerde degenen, die hooger waren dan hij, maar ook degenen die minder waren. Hij had voor zijn eigen persoon ook behoefte aan waardeering, anders ware hij ingezonken. Eene ledige kerk was hem eene belemmering in het prediken, eene volle beurt bezielde hem. Zijne prediking boeide en stichtte de ouden, want zij bevatte troostvolle leering voor het leven; zij trok de jongeren, want zij leefde met het leven van den tijd mede, hij is hoog bejaard geworden, maar nooit oud; altijd heeft hij gestaan midden in het leven. Immer was zijn woord frisch, gedurig tintelde het. Steeds was hij met zijn woord up-to-date. Hoogdravende, opgesmukte zinnen sprak hij niet. Eene gemaakte stem, zooals sommige op den kansel vertoonen, hield hij er niet op na. Drukke bewegingen en vermoeiende gebaren zaagt gij niet van hem. Kalm in het begin, bedaard in het midden en rustig nog aan het einde. Eenvoudig, natuurlijk, altijd zichzelf en nooit een ander. Eentonig van den aanvang tot het slot.

Groote gunst heeft God door den persoon en de prediking van Gispen aan de kerk van Amsterdam gegeven. Vooral door hem heeft zij weer aanzien naar buiten gekregen en zijn vele jongeren voor haar behouden. Zijne gedachtenis zal nog vele jaren in zegening zijn.

Twee jaren na zijne komst, 5 Augustus 1883, bevestigde Ds. Gispen Ds. A. Brouwer. Deze leeraar werd door ieder geacht en door velen bemind en gezocht om zijne gemoedelijke prediking en zijnen herderlijken arbeid. Hij was een ziekenbezoeker en krankentrooster. Toen het verkeer in de drukke stad hem niet langer mogelijk was, heeft hij Amster-

Sluiten