Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en waarschuwingen, en niet, tegenstaande mijn eigen onlust, toch herwaarts gegaan ben, laat zich voor anderen misschien moeielijk verklaren. „Er zijn van die zaken", zegt Gispen in zijne „Afscheidsrede, uitgsproken te Zwolle, 1881", „die alleen tusschen God en ons bestaan en waarover een derde onmogelijk oordeelen kan". Dit alleen kan ik er van zeggen, dat de roeping naar Amsterdam mij steeds meer op het hart gebonden werd naarmate het oogenblik der beslissing naderde. Dat ik voor het aangezichte Gods geene vrijheid kon vinden om voor dezelve te bedanken, en eindelijk — zij het ook niet zonder vrees — in 't geloof dat de Heere het wilde, haar opgevolgd heb. 'n En heeft mij niet berouwd.

Van de vroegere heillooze twisten merkte ik niets meer. Door Gods Woord en Geest onderwezen, en door smartelijke ervaringen gewaarschuwd, was de gemeente inderdaad bang voor dezelve geworden, en vermeed zij zooveel mogelijk alle aanleiding tot wederopwekking van dezelve. Wel duurde het een geruimen tijd eer ik mij geheel bij haar tehuis gevoelde. Maar ik moest de oorzaak daarvoor niet minder bij mij zeiven zoeken dan bij haar. Kan van de Amsterdammers, in 't algemeen, misschien niet zonder reden gezegd worden, dat zij zich nog al geisoleerd houden, de neiging daartoe, bestreden, maar helaas! nog niet geheel overwonnen, werkt ook sterk in mij zeiven, en was in geen kleine mate de oorzaak daarvan.

Door Gods goedheid leerde ik echter, mij steeds meer aan de gemeente te geven, en mocht ik ook steeds meer haar vertroumen en hare liefde winnen.

Toen ik in Amsterdam kwam waren aldaar twee Christelijke Gereformeerde gemeenten, of — juister gezegd — twee deelen dier gemeente, die ieder afzonderlijk, ofschoon in één kerkeiijk verband, bediend en bestuurd werden. Ter onderscheiding van elkander werden zij genoemd, de gemeente Keizersgracht en Weteringstraat. Laatstgenoemde, vroeger bekend onder den naam „Gereformeerde Gemeente onder her Kruis", was sedert 1869, toen de vereeniging getroffen was tusschen de

Sluiten