Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreezen, zegge de dappere dokter. En dat zij hem vreezen, mag als de hoogste waarschijnlijkheid worden aangenomen."

Ik voegde er niets bij, beriep mij slechts op de tegenstelling; toch durft Dr. Wiedeman te beweren, dat ik mij met die Latijnsche uitdrukking „zeer gevleid schijn te gevoelen"; en vervolgens gaat hij mij de les lezen als volgt: „Ik kan dat niet in u prijzen. Velen zijn tot het socialisme gedreven door gevoelens, die ik hoogst achtenswaardig acht, en als dezulken mijne vrienden zijn, is mij dat aangenaam ; indien zij mij haten, bedroeft het mij."

Dr. Wiedeman verneme dan, dat ik zelf elders geschreven heb : „Ik ken er idealisten onder, die zich hebben laten inpalmen door de verzekering, dat de socialistische partij een einde wenscht te maken aan alle leed op aarde, en die er verder niets van weten, zich er zelfs niet om bekommeren". Ook verneme hij, dat ik het „gevaar" van het z.g socialisme juist gezocht heb in „de ontevredenheid, de afgunst, de begeerte en den haat", die tegenwoordig stelselmatig bij de z.g. arbeiders worden aangewakkerd ; het zou dus al héél onlogisch van mij zijn, als ik mij gevleid zou voelen door het feit, dat er vele socialisten zijn, die mij haten.

Ik ben redelijk genoeg aangelegd om zulks te betreuren; en toen indertijd in „Het Volk" beweerd werd, dat ik zélf vól „haat" zou zitten, heb ik daarop geantwoord, dat de schrijver de begrippen „haat" en „verontwaardiging" met elkander bleek te verwarren.

Hopende hiermede Dr. Wiedeman uit de verwarring geholpen te hebben, blijf ik zijn dienstvaardige collega

E. VAN DIEREN, Arts.

Sluiten