Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderdrukt kon worden, omdat de logica van de Redactie .... verpolitiekt is.

Gelukkig is het Nederlandsche volk in zijn gehèèl nog nuchter genoeg aangelegd om te begrijpen, dat een staatsman, die — ondanks alle bestrijding, waaraan hij (in 't parlement, in geschrift, in caricatuur) jaar en dag bloot stond — „hooger steeg dan na Thorbecke ooit gezien was", stevig genoeg op zijn beenen staat en dus niet zoo licht o.ver „het lintje" komt te vallen; het Nederlandsche volk heeft zich zelfs niet laten wijs maken, dat de Papendrechtsche „aangeschotenen" — en die stonden toch zwak genoeg! — gevallen zouden zijn over.... „het matje" ; heusch de Kuyper-vervolgers (zij moeten mij deze „note gaie" ten goede houden) zij kénnen ons volk niet; als zij gelegenheid hadden om — onzichtbaar gemaakt door Siegfried's Tarnkappe of den ring van Gyges — met een dokter bezoeken af te leggen in allerlei kringen, bij menschen van allerlei rang, stand, partij en slag, dan zouden zij dat volk wel anders leeren beoordeelen ; het laat zich wel èènigen tijd op een dwaalspoor brengen door „de kranten" maar op den duur komt toch altijd weer het gezonde verstand boven, en dat verstand zegt ditmaal : „het moet uit zijn, het had al lang moeten uit zijn".

Tot slot zal ik het over „het Handelsblad" moeten hebben.

De Redactie, die bij voortduring een toon aansloeg, alsof haar alles helder voor den geest stond, begint naar „licht" te verlangen en „acht het zèèr goed mogelijk", dat men met behulp van „een aantal feiten en aanwijzingen, in onderling verband beschouwd, met zekerheid zal kunnen vaststellen, of al dan niet door Dr. Kuyper verband is gelegd tusschen de geldinzendingen en decoratieaanbiedingen" ; de Redactie zou het dan ook „diep betreuren" indien bleek, dat „iemand onder zulk eene ernstige verdenking van corruptie staande, zóó zeker kon zijn van zijn collega's in de volksvertegenwoordiging, dat hij na wegens „onvoorzichtigheid" een vijftal minuten in het boetekleed te hebben gestaan, kan doen „alsof er van geen parlementaire enquête sprake behoeft te zijn."

Daar staat met andere woorden : wie als Kamerlid durft aannemen, dat Dr. Kuyper te goeder trouw was, of wie (in het ergste geval!) wijs genoeg is om zich te gedragen volgens het verstandige gezegde: in dubio abstine (onthoud u in geval van twijfel), die maakt zich schuldig aan ,,welwillendheid en goedmoedigheid ten opzichte van zijn collega in de volksvertegenwoordiging", die is oorzaak, dat de Redactie van het Handelsblad ,,diep" zal moeten „treuren".

Maar nü moet mij toch iets van het hart! De Redactie van het Handelsblad heeft zich jaren lang zóó „onwelwillend" en zóó „kwaadaardig" getoond tegenover Dr. Kuyper, dat ik zelfs den grootsten boef nóg beklagen zou, indien hij in handen viel van even bevooroordeelde rechters; ja, als het aan de Redactie van het Handelsblad stond, dan zou ik voor Dr. Kuyper vreezen, dat „de feiten en aanwijzingen" nooit zóódanig konden worden toegelicht, of haar inziens zou zijne schuld er dan toch altijd nog zonneklaar uit blijken !

Ik denk er geen oogenblik aan, dat de Redactie, die er alles behalve mede tevreden is, dat Dr. Kuyper wegens de door hem toegestemde „onvoorzichtigheid" . . . „slechts een vijftal minuten in het boetekleed heeft gestaan" mijne „Telegraaf" —artikelen niet gelezen zou hebben, zij zal zich dus wellicht nog herinneren, dat ik de „haters" verzocht heb „zich

Sluiten