Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Zoodra zij daarin door Hem zijn ingeleid, ontstaat er een harde strijd; maar zij volharden in het verbond. Vers 11.

5. Deze strijd doet hen bezwijken, zij worden van hunne eigene menscheiijkheid overvallen, en groote duisternis en verschrikking komen over hen. Vers 12.

6. Dan leert de Heere hun, hoe het met het zichtbare gesteld is; wat de oorzaak is van Zijne wonderbare leidingen, en hoe Hij Zijn woord tot eere brengt. Vers 13—16.

7. Na zoodanig onderricht nu, en wanneer alles er aan gegeven is, ondervinden zij, dat zij niet te vergeefs geloofd hebben. Vers 17.

I.

God betoont Zich bij degenen, die bij Zijne Waarheid volharden, steeds als den waarachtigen en getrouwen God. — Zóó sprak God tot Abram: „Ik ben de Heere, Die u uitgeleid heb uit Ur der Chaldeën". Dat was wel hetzelfde als: Ik heb u levend gemaakt, daar gij dood waart in uwe zonden en misdaden; Ik heb u uit de macht des satans tot Mij wedergebracht. Toen gij op den weg in den dienst des duivels het verderf te gemoet sneldet, toen heb Ik u gekend, Ik was achter u; Ik heb u bij uwen naam geroepen, opdat gij de mijne zoudt zijn, om Mij te dienen uw leven lang. Nog altoos ben Ik Dezelfde; zooals Ik u liefgehad heb, zoo heb Ik u van eeuwigheid liefgehad, en zal het om Mijns Naams wil doen, dat gij heerlijk zult zijn en beërven wat Ik u beloofd heb.

Dit: „Ik ben de Heere, Die u uit Ur der Chaldeën heb uitgeleid" was een opmerkelijk woord van God tot Abram.

Toen Abram het niet kon begrijpen, hoe van zijn verstorven lichaam nog een zaad kon voortkomen, leidde God hem in eene plechtige stille avondure uit zijne tent naar buiten, en beval hem de sterren te tellen. Dit verstond Abram. Och, hij had niet eens de macht om het millioenste gedeelte der

Sluiten