Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd hem tot rechtvaardigheid gerekend", en nu volgt hier in Vers 8: „Heere, Jehovah, waarbij zal ik weten, dat ik dat land erfelijk zal bezitten"? Hoe! in hetzelfde oogenblik gelooven en in hetzelfde oogenblik weer twijfelen en naar teeken en bewijs vragen, waarop men steunen kan? naar zekerheid der dingen vragen, welke men zooeven geloofd heeft? — Is dat dezelfde Abram? Was dat een kinderlijk geloof van dien man? Och, wat spreekt men van kinderlijk geloof! Men moet de kinderen maar eens gadeslaan, of die waarlijk hunnen ouders in eenig ding ten goede gelooven, zoo zij het niet met beide handen kunnen vatten. Maar welaan, opdat ik het niemand, die wat meer wil zijn dan Abram, gewonnen geve: — „Indien ik moet roemen, zoo zal ik roemen de dingen mijner zwakheid". Zoo schreef eens de Apostel Paulus. „De God en Vader van onzen Heere Jesus Christus, Die geprezen is in der eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. De stadhouder van den koning Arétas, in Damaskus, bezette de stad der Damasceners, willende mij vangen, en ik werd door een venster in eene mand over den muur nedergelaten, en ontvlood zijnen handen". (2 Cor. 11 : 30—33.) — Ja, Abram heeft een kinderlijk geloof gehad, zooals de kinderen dat hebben, als hun de ouders iets voorhouden of ook beloven; is hun wat voorgehouden, dan zal het spreekwoord bij hen bevestigd worden, „dat men door schade en schande wijs wordt"; en is hun iets beloofd, dan moet men de kinderen eens zien of zij, als het er niet dadelijk is, het verwachten. Zij moeten het zien, het in de handen hebben en genieten, ja, zij moeten het hebben, als zij meenen, dat het er wezen moet. Wie zoo iets niet uit eigene ervaring kent, die kan het niet begrijpen, hoe het mogelijk is, dat een menschenkind God kan gelooven en in hetzelfde oogenblik vol angst, zorg, nood en twijfel kan zitten, — en dat dit gedurig zoo voortgaat. — Maar laat de aangevochtene, die zulks bij zichzelven ondervindt, moed vatten, waar hij juist datzelfde van Abram leest, en niet denken, dat hij deswege reeds verworpen is, omdat hij zóó niet kan gelooven, zooals de dui-

Sluiten