Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vei den mensch het geloof voorschildert. Want het ware geloof gelooft en twijfelt volstrekt niet aan Gods almacht en genade, — en twijfelt evenwel voordurend; is volkomen gerust, toch vol zorg en angst, vol vreezen en beven, en vraagt duizendmaal: „Waarbij zal ik dat weten?" En schoon hij daarbij God aanroept met: „Heere, Jehovah!" is er bij hem vreeze; en toch bij dien Naam alleen kon hij het genoegzaam weten. „Heere" wordt immers iemand genoemd, die wel alles onder zijne voeten kan werpen, eiken tegenstand overwint en iedere zwarigheid wegruimen zal; en „Jehovah" zegt: „de Heere zal het voorz;en". Evenwel is er bevreesdheid bij de geloovigen, alsof niets van de belofte zou terechtkomen. Bewijzen behoef ik hier niet bij te brengen, anders zou ik er duizend aanvoeren uit de gebeden van David, ook verhalen hoe Paulus God dankte en moed greep, toen hij de broeders zag. (Hand. 28:15.) Ook zou ik duizend bewijzen uit de profetie van Jesaia kunnen bijbrengen, hoe God alles in het werk stelt, om Zijnen armen en ellendigen, die Hem gelooven, moed in te spreken. Hier staat echter onze vader Abram tot een genoegzaam bewijs, alsmede tot bemoediging Van Gods kinderen, de honderd-vier-erc-veertig-duizend, die op den berg Sion wonen.

Hoe komt het, dat wij gelooven, waarachtig gelooven en evenwel zoo vol twijfel zijn? Dat komt van de uitnemendheid der eeuwige heerlijkheid. Dat komt daarvan, dat men juist gelooft, dat Gods beloften beloften Gods en geene fabelen des duivels zijn. Was het Abram alleen te doen om het land, waarin hij zich nu juist bevond? Het land, dat God hem beloofd had, lag dat alleen hier op deze aarde, of lag het hier en tevens daarboven? Betuigt niet een Apostel: „hij verwachtte de stad, die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is"; en wederom: „Zij zijn begeerig naar een beter, dat is, naar het hemelsche Vaderland; daarom schaamt Zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun eene stad bereid"? (Hebr. 11:10, 16.) Wees eens vol zorg en nood over iets wat gij te betalen hebt, heden, heden nog te be-

Sluiten