Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus voorgehouden, hoe Die aan lijden en dood zou onderworpen zijn, hoe Hij ook van de dooden zou opstaan en den Geest verwerven, het onderpand van het eeuwige bezit der heerlijkheid Gods. Eene vaars, eene geit en een ram stelden de verzoening voor van schuld en straf, het op zich nemen en wegdragen van alle zonde, het opheffen van alle schuld, de groote ruiling, welke God gedaan heeft, toen Hij Zijnen Zoon voor ons overgaf, om ons tot Zich te nemen in eenen weg van eeuwig geldende gerechtigheid. De duif en tortelduif waren vooreerst beelden van onze nietswaardigheid en daarvan, dat wij evenwel, gedoopt in het bloed van de andere duif, vrij uitgaan (gelijk dit bij de reiniging der melaatschen geschiedde), en tevens een beeld der opstanding en des Heiligen Geestes; waarom ook Abram het gevogelte niet deelde. — Waarom nu de vaars, de geit en de ram driejarige dieren moesten zijn, behoeven wij niet ver te zoeken, wetende, hoe het gansche Wezen Gods, zooals Hij Zich tot onze zaligheid geopenbaard heeft, en Zijn gansche heilsweg in Christus drievoudig is. Een tijd is er dat het komt, een tijd dat het werkt, en wij zien er niets van, want het sterft, het ligt dood, en ziet, wederom een tijd, daar komt het juist uit den dood heerlijk te voorschijn. Dat onze Heere drie jaren heeft gewerkt, drie dagen in het graf is geweest, en zoo meer, dat, moet men niet denken, is bij toeval geweest. „Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen." (Hos. 6:2.) — Ook hier in onzen tekst merken wij drie akten of drie toestanden op: een' eersten, waar God beveelt, en Abram de offerdieren in orde neêrlegt; een' tweeden, als Abram zich kwellen moet en toch wachten kan, en dat hem eene weinig troost-aanbrengende openbaring toekomt, waarbij middelerwijl de zon ondergaat; en voorts een' derden: wanneer de zon nu ondergegaan is, en daar de Heere komt en tusschen de stukken doorgaat en tot Abram zegt: „Ik zal het doen". —

Dat Abram dit verbond moet verstaan hebben, dat zien wij uit zijne handelwijze, want hij deelde immers destuk-

Sluiten