Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te offeren, en te prediken van de gerechtigheid, van het lijden en van de toekomstige heerlijkheid. — Volgens het 13de Hoofdstuk (Vers 14—16) heeft God hem deze belofte hernieuwd, terstond nadat Lot zich van hem gescheiden had. In het 14de Hoofdstuk zien wij uit den zegen van Melchizedek, hoe hij ten derden male daarop opmerkzaam gemaakt werd, dat hij in zijnen God veel meer bezat, dan de koning van Sodom met al diens bondgenooten; en hier verschijnt hem nu God voor de vierde maal weder,— maar nu onder welke omstandigheden! — Welk een hevige strijd gaat daarmeê gepaard!

Zoo mag het ook u gaan, gij die bij ondervinding weet, wat het is, dat Abram God geloofde, en dat hem dit gerekend is tot rechtvaardigheid, — maar bij wien ook dit: „Waarbij zal ik het weten?" telkens weêr opnieuw in het hart opkomt. Er is een tijd voor degenen, die op Gods Waarheid hopen, dat alles bij hen wegzinkt, wat zij kort te voren nog geloofd hebben. Zij gelooven, en toch gelooven zij niet. De macht van het zichtbare, de ongerechtigheid, hunne eigene zonde, alles, alles, van binnen en van buiten, slaat hun alles uit de hand. Zij gelooven evenwel, maar zij zijn toch in zulken grooten nood, zijn zoo vol vrees, zoo vol angst. Zij gelooven en aanbidden in het geloof: „Heere, Jehovah, niets kan U verhinderen, niets is voor U onmogelijk," en evenwel vragen zij: „Waarbij zal ik het weten?"

Maar wat is de grond voor u, om verzekerd te zijn, dat God u eene stad gebouwd heeft, dat gij genade bij God hebt gevonden, dat Hij daarboven uw God en liefhebbende Vader is? Wat is de grond voor u, om verzekerd te zijn: „Weldra ben ik te huis", „het erfdeel der eeuwige heerlijkheid beërf ik", „de kroon der gerechtigheid is voor mij weggelegd"? Wat is de grond voor u, om verzekerd te zijn: „Hij, de getrouwe Vader, zal u hier alle dingen schenken, u ook welvaart, vorspoed, eer en gerechtigheid doen vinden"? — De eenige vaste grond is deze: „Het bloed van Jesus Christus heeft ons gereinigd van alle zonden". „Dat is Mijn verbond, dat Ik in dit bloed uwe zaligheid gegrond-

Sluiten