Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus-alleen af te trekken; hij heeft beproefd hem weder tot eigenwilligen godsdienst terug te brengen, tot werken, tot den hoogmoed der eigene wijsheid, die het leven in eigene hand vindt, — maar het is hem niet gelukt. Zoo beproeft hij het nu van eene andere zijde: hij tast de zwakheid, het menschelijke in den mensch, het zuiver natuurlijke aan, overvalt en overweldigt hem daarmede, om daardoor den mensch tot dit besluit te brengen: „Nu ondervind ik toch, dat het nog zóó zeker niet is met het verbond; immers heb ik alles in het werk gesteld, opgeofferd en er aangegeven om mij aan het verbond te houden, en evenwel is de zaak nog even als te voren, ja nog veel erger geworden. Want nu is het er zóó meê gelegen, dat, ofschoon dit alles naar Gods woord en bevel is, God Zich toch niet eens aan mij ellendige openbaart; Hij laat mij integendeel mijzelven aftobben, laat mij strijden en worstelen, in nood en angst nederliggen, en hoort niet naar mij." Daar ligt men dan met Elia, nadat men vierhonderd roofvogels in den Naam des Heeren verjaagd en verhouwen heeft, onder den boom terneder, en zucht: „Het is genoeg, laat mij sterven!" — Zoo is de macht der duisternis! Daar, waar God werken wil, waar Hij tot Zijn verbond wil brengen, waar Hij het aan een mensch bevestigen wil, dat hij een' genadigen God en trouwen Heiland aan Hem heeft, dat Hij hem om Zijns Naams wil al het afgesmeekte zal geven, — daar is die macht onophoudelijk in de weer om veel spooks te maken en te rumoeren, ja, zoodanige verschrikking en duisternis op de ziel te werpen, dat het wel een wonder Gods is, dat er nog iets van den strijder terechtkomt, en dat hij het afgesmeekte, als met eene overwinning Gods, gelijk een buit wegdraagt.

VI.

Maar bij al deze verschrikkingen is God ook tegenwoordig: Hij weet wel in de ziel door te breken, in weerwil van al zulke duisternis. Dan leert Hij Zijnen strijders,

Sluiten