Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

; religie is de draagster van heel onze cultuur. Het geloof in God is een zoo rijke gedachte met zoo menigvuldige vertakkingen en waarin zoo velerlei

intellectueele en moreele krachten liggen verscholen, dat dit geloof sterk genoeg is om heel de veelzijdige ontwikkeling van het menschenleven te omvatten en samen te houden. Zelfs waar dit geloof slechts op lagen trap staat en in menig opzicht is verbasterd, geeft het nog stuwkracht aan de hoogere ontwikkeling van den mensch. En waar het den mensch ten eenenmale ontzinkt, is ook de ontbinding daar op allerlei terrein. Het is slechts een kwestie van tijd, of zulk eene cultuur stort tot puin ineen1).

Wie de geschiedenis der beschaving raadpleegt, ziet overal, hoe nauw religie en cultuur verbonden zijn. Juist om de niet afgetrokkene, maar levende en daarom ook levenwekkende eenheidsgedachte, die in de religie ligt, heeft zij zoo groote samenbindende en tevens ontwikkelende kracht. Het sprookje

') Het intellectualisme of rationalisme, dat het tracht te stellen buiten God en dus den levenden eenheidsband in de dingen prijs geeft, is een soort repeteerende breuk en eindigt daarom in scepticisme, d.w.z. in ontbinding op elk gebied. Wie ontkent, dat alle wetenschap, moraal, kunst enz. ten slotte rust op geloof, moet wel tot dit ontbindingsstandpunt komen. Voortreffelijk is dit aangewezen voor velerlei gebied, inzonderheid voor dat van den goeden smaak, door A. J. Balfour in The Foundations of Belief, 9th impr. London 1906, ch. II Naturalism and Aesthetic.

Sluiten