Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laat, dat het niet zoo gemakkelijk ging om een gebouw, waaraan de eeuwen hadden gewerkt, eenvoudig te slopen en er op eens een ander gebouw naar eigen, menschelijk inzicht voor in de plaats te stellen. Deze revolutiebouw bleek niet geschikt om een blijvende woning te vormen voor de menschheid.

Met deze erkentenis nu, waartoe men natuurlijk niet op eens kwam, valt samen de décadence van het liberalisme, zooals men die niet alleen in ons vaderland, maar ook in Duitschlandx) en feitelijk in alle beschaafde landen in de laatste helft der 19de eeuw kon opmerken.

Na het midden der eeuw kwam er namelijk eene reactie op,

x) Vg. de schoone en doorzichtige beschrijving bij Lamprecht van de vervorming der partijen in Duitschland, waar de groote nationaal-liberale partij in 1879 van de leer van den vrijhandel tot het p r o t e ctionis me overging a.a. O. II, II, S. 186 vv. en S. 309. Tegelijkertijd begon ook de periode van de verzekeringswetten ten gunste van de arbeiders, ingeluid door het bekende manifest van den keizer van 1881. Op deze sociale politiek in Duitschland heeft de Christelijke arbeidersbeweging onder Stöcker veel grooteren invloed gehad dan men doorgaans wel meent of wil toegeven. In 1878 hield Stöcker zijne beroemde rede in „Eiskeller" te Berlijn. Hij stond in nauw verband met de door Wagner in 1877 opgerichte Verein für Socialreform. Terecht zegt Lamprecht: „Wat echter karakteriseert deze gansche (sociale) beweging, die op het einde der eeuw eer versterkt is dan verminderd ? Om het met één woord te zeggen: het idealisme. Daarbij is dit idealisme toch wezenlijk van kerkelijken aard; van vrome evangelische kringen is het uitgegaan" (ibid S. 399 en 403). Moge dit ook eenmaal door onpartijdige historici van onze Nederlandsche sociale reformpolitiek gezegd kunnen worden!

Wij herinneren hier alleen aan het merkwaardige slot van de keizerlijke „Botschaft": „Voor deze voorzorg (voor de arbeiders) de rechte middelen en wegen te vinden is een moeilijke, maar ook een der hoogste roepingen voor elke gemeenschap, die op de zedelijke grondslagen van het Christel ij ke volksleven rust" (Lamprecht, ibid S. 339).

Sluiten