Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

relaties geen plaats meer is. Nivelleering, wegneming van de verscheidenheid, die juist het leven tot leven maakt, dit is de hoofdgedachte van het socialisme. Men wil zelfs de v r o u w zooveel mogelijk gelijk maken aan den man1). Zooals het liberalisme dus op eenzijdige wijze streed voor de „vrijheid", voor de persoonlijkheid, zoo komt het socialisme op eenzijdige wijze op voor de „gelijkheid", voor de gemeenschap.

Vanwaar nu deze krasse afdwaling, die met het leven zelf in zoo klaarblijkelijken strijd komt? Zij komt in den diepsten grond hieruit voort, dat men niet erkent en niet wil erkennen de souvereiniteit van dien hoogen God, den Schepper van hemel en aarde, die doet met het Zijne gelijkerwijs Hij wil, die „alle dingen werkt naar den raad van Zijnen wil" '•), die, om met den dichter te spreken, „de plaatst bestemt van ieders woning, den kring, waarin hij werken moet." Daarom ligt bepaaldelijk in het Gereformeerd beginsel van de souvereiniteit Gods, zooals dat inzonderheid onder ons volk in zijn bloeitijd is beleden, het krachtigste verweer tegen het socialisme.

Wie Gods souvereiniteit ontkent, heeft daarmede de bijl gelegd aan den wortel van elke andere souvereiniteit, hoe ook genaamd. Dan wordt ook het gezag van vorsten en overheden, het gezag in het huisgezin, het gezag van onderwijzers over kinderen, van patroons over hunne ondergeschikten tegelijk ondermijnd. En dan zal er ook vanzelf een streven zijn naar wegneming van alle verscheidenheid, naar gelijkmaking in elk opzicht. Want verscheidenheid brengt nu eenmaal ook het onderscheid tusschen hoog en laag, groot en klein vanzelf met zich. In de verscheidenheid der schepping ligt altijd een zekere afspiegeling van de „verkiezende" souvereiniteit Gods, die alles heeft geschapen naar Zijne veelvuldige wijsheid

') Hoe nauw het ongezonde feminisme met het socialisme verbonden is, blijkt uit Bebel's hoofdwerk Die Frau und der Socialismus

*) Eph. 1:11.

Sluiten