Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gevolg zou dus zijn eene algemeene verarming der maatschappij, ellende dus voor allen, waarbij zelfs niemand meer hulp zou kunnen bieden, omdat er geene rijken meer waren. En wat de geestelijke goederen der menschheid betreft, het zou blijken, hoe weinig veilig zij waren bij de meerderheid.

Deze proef zou vooral hierom zooveel noodlottiger zijn dan die met het liberalisme, omdat de gansche maatschappij erin betrokken zou wezen en het dus de vraag zou zijn, hoe zulk eer.e ontredderde maatschappij ooit weer zulk een stoffelijk en geestelijk bankroet zou te boven kunnen komen.

Het Christendom nu is alleen practisch, omdat het rekent met de volle werkelijkheid, allereerst met die ontzettende werkelijkheid, die ieder bij zichzelven en bij anderen dagelijks kan waarnemen, n.1. de zonde. Daarom leert het Christendom dan ook, geestelijk nuchter als het is1), dat in deze wereld het ideaal nooit ten volle wordt bereikt. Staat en maatschappij zijn slechts eene voorloopige samenleving voor den mensch, waarin het ideaal slechts zeer ten deele wordt verwezenlijkt. De Staat is er evenals de overheid (en wij kunnen er bij voegen : en ook het privaatbezit8)) om der zonde w i 1.s) Dit moet steeds wel bedacht worden. De Staat heeft dus altijd iets min of meer ruws,, iets opleggends, iets zeer uitwendigs. In de Kerk wordt het

J) Vg. 1 Thess. 5:6, 1 Petr. 4:7.

2) De leer, dat het privaatbezit er is „om der zonde wil", werd reeds voorgestaan door de kerkvaders, zie P. B. Bruin, Sociologische beginselen, Nijmegen 1904, bl. 175 vv. Zij werd in haar schriftuurlijk karakter aangewezen in deze brochurenreeks door Dr. W. A. van Es. De grondslagen van den eigendom bij het licht van de vijf eerste boeken der H. Schrift.

3) Art. 36 der Nederlandsche Geloofsbelijdenis.

Sluiten