Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middel om de p e r s o o n 1 ij k h e i d tot ontwikkeling te doen komen, inzonderheid op een zondige wereld, en om zich in bepaalde gevallen (bv. in het Christelijke vereenigingsleven, dat scholen sticht enz.) te handhaven tegen de brute overmacht van de gemeenschap. Zoo zullen ook in de maatschappij verschillende standen moeten erkend en in eere gehouden worden, omdat zij in verband staan met het tijdelijke beroep der menschen en met heel den aard van dit tijdelijke leven. De ongelijkheid zal dus in de maatschappij altijd veel sterker zijn dan in de Kerk, die naar haren aard de geestelijke gelijkheid der menschen voor God op den voorgrond plaatst. Doch hoeveel verschil er ook wezen moge om der zonde wil en om den bijzonderen aard van dit tijdelijke leven, ook de maatschappij zal evengoed als de Kerk het karakter moeten dragen van een organisme en als zoodanig door ons moeten worden beschouwd.

Wie dit miskent, gaat tegen natuur en openbaring beide in; hij gaat in tegen het leven, zooals God het ons in de historie heeft doen kennen en in Zijn Woord heeft geopenbaard. Maar waar die hoofdgedachte wordt vastgehouden, dadr is dan ook de weg gebaand om èn de p e r s o o n 1 ij k h e i d èn de gemeenschap beide tot hun recht te doen te komen1).

In het organisme der maatschappij dan zijn ook economisch sterkere en zwakkere leden, rijkeren en armeren, die ieder naar Gods souverein bestel in het lichaam hunne plaats hebben, doch die elkander hebben te dragen 2), opdat zij samen mogen werken tot den bloei van het geheel. En dat geheel moet

*) Vandaar dan ook het eigenaardige verschijnsel, dat voor de sociale wetgeving sommige christenen (zooals prof. Fabius) zich meer bij de liberalen, anderen (zooals Dr. Kuyper en de linkerzijde der antirevolutionairen) zich meer bij de vrijzinnig-democraten aansluiten, naarmate men meer de persoonlijkheid of de gemeenschap op den voorgrond laat treden.

*) Gal. 6:2.

Sluiten