Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is derhalve niets dan hoogmoedige vermetelheid van den mensch, wanneer hij dit historisch-gewordene, dat zijne sanctie heeft in de H. Schrift, eenvoudig wil omverwerpen om er iets door hem zelf gemaakts voor in de plaats te zetten. Zoo iets blijft eene doode machinerie. Er is geen leven in en daarom zal het ook altijd blijken niet levensvatbaar te zijn. Het zal wel kunnen dienen tot omverwerping, maar niet tot opbouwing.

We hebben ons daarom op Christelijk standpunt aan het historisch gewordene aan te sluiten en vooral die gedachte van de maatschappij als organisme in overeenstemming met wat de H. Schrift ons van de menschenwereld leert, vast te houden. Maar wel hebben we ook dat historisch gewordene te stellen onder de kritiek van het Woord Gods1). Het ideaal, zooals dat in de Kerk aanvankelijk is verwezenlijkt, moet ook in de maatschappij hoe langer hoe meer worden opgenomen. En hier nu heeft het socialisme met zijne prediking van de belangen der gemeenschap, of, in Christelijken vorm uitgedrukt, van „de liefde tot den naaste" veel tot ons te zeggen, waaruit wij leering hebben te trekken.

Evenwel, wij mogen niet doen, wat de socialisten, helaas, doen, nl. die „liefde tot den naaste" 2) losmaken van de „liefde tot Qod 3). Het „eerste en groote gebod" moet

') Vg. mijne verhandeling in Troffel en Zwaard, (Leiden, A. L. de Vlieger, 1909, blz. 328—357,) De Kerk en de sociale kwestie.

2) Men gebruikt daarvoor den weinig fraaien naam van altruïsme, een bleek, afgetrokken, wijsgeerig begrip zonder eenige schoonheid, dat reeds daardoor ten doode is gedoemd.

3) Het aan allen positieven godsdienst v ij a n d i g e van het socialisme

blijft voor alle socialistisch-gezinden onder christenen de „questionbrülante". Men kan daarover mooi theoretiseeren, zooals Schaffle en anderen, doch in de praktijk openbaart het zich altijd weer. Dit is niet toevallig. Het komt door het overwegend-materialistisch karakter, dat aan alle

Sluiten