Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op bladz. 120 van zijn werkje haalt ds. Stigter, ziende op „de Afscheiding" aan een woord van Calvijn: „In de gemeente te „Corinthe scheen het meer een regeering van satan dan van God; „het scheelde niet veel, of het gansche lichaam was met dwaling „bezet; nochtans erkent Paulus haar voor een ware Kerk van „Christus, omdat hij er nog ziet 't Evangelie, den Doop en „'t Avondmaal. Dit is dus een Schriftplaats, die waard is in onze „gedachtenis te blijven; want het is een gevaarlijke verzoeking „om een kerk te verlaten, waarin niet alles naar onzen wensch „mocht zijn."

Wat daar in dien laatsten zin gesproken wordt, is volkomen waar. Ook wat daar in dien voorgaanden volzin over de gemeente van Corinthe gezegd wordt, is volkomen juist. Paulus spreekt hier volstrekt niet over een afscheiding, die noodzakelijk of plichtmatig zou zijn. Maar wèl doet hij hetgeen bij volharding in den kwaden weg, hiertoe eindelijk zou leiden. Hij treedt toch op tegen de opkomende ketterij in de Kerk en dit moest, bij volharding hierin, op den duur wel leiden tot een scheuring of scheiding.

Want het kerkelijk samenwonen op den duur met de ketterij, dit verbiedt de leertucht, door Paulus in zijn brieven, en niet alleen door hem, ons in het kerkelijk leven opgelegd.

Bij volharding in de ketterij is een zich afscheiden of zich onttrekken naar de Schrift plichtmatig. Die volharding in de afwijking, in het verlaten van het spoor des Woords, in het verkrachten van het recht der belijdenis, de tot een wei-overwogen, vaste wet geworden volharding daarin, is er die in de Hervormde Kerk? Ja, bij wet, bij voor géén vermaningen, welke ook, uit den weg geweken wet, is het kwaad ten troon verheven.

Welk is dat kwaad? Zijn naam is: leervrijheid, de wettelijk bestaande vrijheid in de leer, voor ambtsdragers en leden.

Laat ons ons van haar bestaan en karakter recht overtuigen.

Reeds in 1810 had de groote Christus-belijder Bilderdijk van de Hervormde Kerk zooals zij toen reeds bestond, geoordeeld, dat zij een Kerk was, „die geen Kerk meer is, maar eene ongeordende samenvloeiing van God-onteerende dwalingen", en had op dien grond de geloovigen tot afscheiding opgeroepen. *)

Reeds zes jaar na deze uitspraak van Bilderdijk werd het be-

1) Opstellen van Godgeleerden en zedekundigen inhoud, dl. 2, bladz. 45 en volg. Of zie het betreffende stuk aangehaald in „De Afscheiding in Nederland toegelicht en beoordeeld door de Geschiedenis, het Woord des Heeren, en de Formulieren der Geref. Kerk, door H. de Cock. Kampen 1866.

Sluiten