Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaarde zij: „dat het formulier van onderteekening" — let op de meesterlijke vaagheid der uitdrukkingen — „zich niet vergenoegt „met de aankleving van deze of gene waarheid daarin vervat, „maar in het algemeen de leer, die in dezelve voorkomt, gelijk „die in haren aard en geest het wezen en de hoofdzaak uitmaakt „van de belijdenis der Hervormde Kerk". Wat moet men daarvan maken ? Daarover is dan ook, gelijk ook over het onderteekeningsformulier zelf, heel wat gefilosofeerd. Dit alles biedt daarvoor rijke, rijke stof. Wij treden niet verder in dit labyrinth.

In 1854 werd weder een nieuw onderteekeningsformulier voor de predikanten ingevoerd, hetwelk de dubbelzinnigheid van het eerste overwonnen had en ronduit bindt aan „den geest en de hoofdzaak der leer" slechts. Het betreffende gedeelte luidt aldus:

„Wij, ondergeschrevenen, verklaren bij deze oprechtelijk,

„dat wij naar het grondbeginsel der Christelijke Kerk in het „algemeen, en der Hervormde in het bijzonder, Gods heilig Woord, „in de Schriften des Ouden en Nieuwen Verbonds vervat, van „ganscher harte aannemen en oprechtelijk gelooven; dat wij des „zins en willens zijn, den geest en de hoofdzaak der leer welke „in de aangenomen formulieren van eenigheid der Nederlandsche „Hervormde Kerk begrepen is, getrouwelijk te handhaven; dat „wij mitsdien den ganschen raad Gods, inzonderheid zijne genade „in Jezus Christus als den éénigen grond der zaligheid, ernstig „en van harte, naar de gaven ons geschonken, aan de gemeente „zullen verkondigen; . .

De eerste en de derde zinsnede op zich zelf genomen, schijnen nog eenige positieve waarheid te willen vasthouden. Doch de middelste, die slechts bond aan den geest en de hoofdzaak der leer, bederft alles, en werpt ook het positieve, hetwelk in de eerste en derde allicht anders kon gedacht worden, omver, en doet beide slechts van kracht zijn in overeenstemming met hetgeen voor den onderteekenaar de geest en de hoofdzaak der leer is. Ja, ook die vage term „het grondbeginsel der Christelijke Kerk" schijnt ons nu in wonderlijke overeenstemming met dien „geest en hoofdzaak". ')

Doch, laat voor ons de Synode zelf verklaren den zin en meening, van het onderteekeningsformulier en wat de leer der Herv. Kerk is waarvan art. XI van het Alg. Reglement spreekt. In het Rapport ter zake van de leervrijheid in de Nederlandsche

0 Zie het oordeel van Prof. Doedes in zijn: Het nieuwe onderteekeningsformulier, blz. 11, 12. (In het geschrift van de Cock pag. 22, 23.)

Sluiten