Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dracht verstrekt zijn om de Kerk te leiden, maar nergens is dit geschied door den Heere. Deze alleen kan zulk een opdracht verleenen.

Vóór alles moet contact gezocht worden met allen wier beginsel medebrengt om te verwachten dat zij den weg der gehoorzaamheid in kerkelijk opzicht zullen willen bewandelen; om dan met die allen, zooveel zij mede den last des Heeren opnemen, voortaan ook in het kerkelijke, weder zich in te richten en te leven naar des Heeren ordinantiën.

Volkomen is hierin gerechtvaardigd „de afscheiding in Nederland van de Hervormde Kerk", of liever: van het Hervormd kerkbestuur, en van allen die dit tot zelfs al voert het /eer-vrijheid in, meenen te mogen trouw en onderdanig blijven.

Zie het bewijs daarvoor in de taal der „Acte van Afscheiding of wederkeering", van Ulrum, een afscheiding waartoe men eerst kwam, nadat door den leeraar Hendrik de Cock, in overeenstemming met zijn kerkeraad, alle middelen beproefd en alle wegen ingeslagen waren om tot reformatie van de Kerk in de Kerk te komen. *) Het laatste gedeelte dier Acte luidt alzoo: „uit dit alles te zamen genomen is het nu meer als duidelijk „geworden, dat de Nederlandsche Hervormde kerk niet de ware, „maar de valsche kerk is, volgens Gods Woord en art. 29 van „onze belijdenis; weshalve de ondergeteekenden met deze verklaren dat zij, overeenkomstig het ambt aller geloovigen, art. „28, zich afscheiden van degenen die niet van de kerk zijn, en „dus geen gemeenschap meer willen hebben met de Neder„landsche Hervormde Kerk, totdat deze terugkeert tot den waar„achtigen dienst des Heeren; en verklaren tevens gemeenschap „te willen uitoefenen met alle ware Gereformeerde ledematen, „en zich te willen vereenigen met elke op Gods onfeilbaar „Woord gegronde vergadering, aan wat plaatse God dezelve ook „vereenigd heeft, betuigende met dezen, dat wij ons in alles „houden aan Gods Heilig Woord, en aan onze aloude Formulieren „van eenigheid, in alles op dat Woord gegrond, namelijk de „Belijdenis des Geloofs, den Heidelbergschen Catechismus en „de Canones van de Synode van Dordrecht, gehouden in de „jaren 1618 en 1619; onze openbare godsdienstoefeningen te

*) Zie het pas verschenen belangrijke werkje: „Herinnering en Waardeering. Hendrik de Cock, de Vader der Reformatie van 1834," door M. Noordtzij, Hoogleeraar.

Sluiten