Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE LEERREDE.

Psalm 68 : 1.

De Heer zal opstaan tot den strijd; Hij zal Zijn haters, wijd en zijd,

Verjaagd, verstrooid doen zuchten; Hoe trotsch Zijn vijand wezen moog', Hij zal voor Zijn ontzaglijk oog,

Al sidderende vluchten.

Gij zult hen, daar G' in glans verschijnt, Als rook en damp, die ras verdwijnt,

Verdrijven en doen dolen, 't Godlooze~volk wordt haast tot asch; 't Zal voor Uw oog vergaan, als was, Dat smelt voor gloênde kolen.

Geliefden! Wij lezen in het Boek vanjozua (23), den man, door wien God de kinderen Israëls uit de woestijn in het land Kanaan gebracht heeft, dat hij, oud geworden zijnde, „nadat de Heere Israël rust gegeven had van al zijne vijanden ron om , e tot zich riep en tot hen zeide: „Het is de Heere, uw God zf. Die voor u gestreden heeft." Daarin hebben wij een voorbeeld van de leiding en verlossing des Heeren van Zijn volk in alle eeuwen, een voorbeeld van Christus' strijd en van Zijne overwinning over al de vijanden van ZijnXeeuwig Koninkrijk.

Vóór 14 dagen heb ik, volgens het Boek der Openb. van l0h (12 : 1-6), mefu stilgestaan bij de gemeente van Christus, zooals zij uit en voor God heerlijk en versierd is, én zooals zi] door den grooten, rooden draak, d.i. door den helschen bloedhond den duivel vervolgd wordt, maar door den Heere, door Zijne' genade, trouw en macht wordt beschermd. Deze ure wil ik „'bepalen bij *. «rij, van den Heere Jezus Ori*. en Z» gemeente tegen den draak en zijne engelen. De draak wordt overwonnen, en de verlosten des Heeren zingen het lied der overwinning.

Sluiten