Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke de oorzaak en de grond is van de overwinning der geloovigen. Maar óók zij overwinnen den draak en zijne engelen; zij in vereeniging met Christus, Die voor en in hen voortgaat overwinnende alle vijanden Zijner gemeente; zij door Hem, in het geloof, dat Hij overwonnen heeft en zij met overwonnen vijanden te doen hebben. Jezus Christus gaat in den krijg, in hunnen geloofsstrijd voorop, en zij volgen Hem, ziende op Hem, den Oversten Leidsman en Voleinder des geloofs.

Ofschoon dan voor hen de strijd op aarde blijft voortduren, en het hun menigmaal zoo bang kan zijn, dat zij vreezen en beven, denkende het onderspit te zullen delven, — nochtans zullen zij de overhand behouden. Want, of de duivel, hun tegenpartij, ook met verslinding blijft dreigen en door zijn list en geweld hen bestrijdt, — hij vindt met zijne dienaars geene plaats in de gemeente, d. w. z. hij moet, hoe hij zich ook telkens indringt, wijken voor den Koning, Die ons van den God Israëls is gegeven tot een schild in 't strijdperk van dit leven. En zoo is het dan niet door ons, door der geloovigen kracht, dat Satan wijken moet; o neen, maar eeuwig waar blijft, wat Luther zong: „Met onze kracht wordt niets volbracht, Wij zijn alras verloren. Hij strijdt voor ons de rechte Man, Dien God heeft uitverkoren." Zijn Naam is Jezus Christus, de Sterke God. Door Hem is de groote draak op de aarde geworpen, en zijne engelen zijn met hem geworpen, zoodat de duivel, ofschoon hij voortgaat de wereld te verleiden, geen der verlosten des Heeren uit Zijne hand zal kunnen rukken. Daarom mogen zij het gezang der overwinning aanheffen reeds hier in het geloof. Want de strijdende Kerk hierbeneden en de triomfeerende Kerk hierboven zijn één in belijdenis van den Naam des Heeren en in lofzegging Gode en het Lam, dat hen kocht met Zijn bloed. Van dit triomflied getuigt ons vs. 10: „En ik hoorde eene groote stem, zeggende in den hemel: Nu is de zaligheid, de kracht en het Koninkrijk geworden onzes Gods, en de macht van Zijnen Christus; want de verklager onzer broederen, die hen verklaagde voor onzen God, dag en nacht, is nedergeworpen'

Sluiten