Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geestelijk leven en den geloofsmoed van zoovele getuigen der Waarheid, dan benauwt mij het schijnleven van het tegenwoordige naam-christendom. Maar dan ook beangstigt mij het hedendaagsch samengaan met Rome en dat willen vereenigen van waarheid en leugen, dat gemeenschap zoeken met en toegeven aan het ongeloof en bijgeloof! En ik zie de dagen naderen, dat de groote, roode draak — de duivel met zijn aanhang — met zijn staart slaan zal op gruwzame wijze, allen die niet kunnen meêdoen met de leugen en de ongerechtigheid, omdat zij door den God der Waarheid worden vastgehouden.

2.

Maar, Gode zij dank! de Heere der gemeente leeft, Hij is en blijft Koning. Hij heeft gezegd: „De poorten der hel zullen Mijne gemeente niet overweldigen." Voorwaar, Hij beveiligt en bewaart de Zijnen, zooals wij lezen vs. 14: „En der vrouw zijn gegeven twee vleugelen eens grooten arends, opdat zij zoude vliegen in de woestijn in hare plaats, alwaar zij gevoed wordt eenen tijd, en tijden en een halven tijd, buiten het gezicht der slang."

Hier begint de meer uitvoerige beschrijving van hetgeen in vs. 6 is gezegd. En de gestelde tijd is dezelfde als de „duizend twee honderd zestig dagen" of „twee en veertig maanden", d. i. één jaar, twee jaren en een half jaar (3 V2 jaar), en is - gelijk ik bij de behandeling van dat vers heb opgemerkt, — een symbolisch getal, dat aangeeft een door Gods raad en voorzienigheid bepaalden korteren of langeren tijd.

Ziet, de Heere verlost de Zijnen uit de hitte der verdrukking, en geeft hun een tijdlang rust van de vervolging. — Die twee vleugelen van een grooten arend aan de vrouw gegeven om in de woestijn te vliegen, in de plaats haar door God bereid, zijn een beeld, ontleend aan hetgeen wij in het lied van Mozes lezen over de bewaring Gods van Zijn volk, nl. „Hij bewaarde hen als Zijn oogappel. Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijne jongen zweeft, zijne vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt

Sluiten