Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hebt gij in waarheid lief de getuigenis van Jezus Christus, dat Hij alléén uwe gerechtigheid en uw leven is, en Zijn Geest alléén u stiert in het rechte pad? En staat gij metterdaad des duivels leeringen tegen van degenen, die, ofschoon zij den Naam Jezus met den mond roemen, toch hunne zaligheid en welvaart ergens elders zoeken en dientengevolge een verkeerden wandel leiden?....

Ziedaar gemeente! eenige vragen tot zelfonderzoek. Och M. H., onttrekt er u niet aan, maar gaat er mede in het verborgene voor des Heeren aangezicht. O, het luistert nauw, zeer nauw met Gods eer en ons heil. Het komt er op aan, dat wij in gerechtigheid en in vrede bij God bevonden worden.

Maar ja, dat kost strijd, vaak zwaren strijd. De duivel spant alle krachten in, om ons van God en het eeuwige leven af te houden. Uit het met u overwogen 12de hoofdstuk van het Boek der Openbaring hebben wij van zijne helsche tirannie, zijn duivelsch woeden en woelen veel gehoord.

Hoe zullen wij niet door hem verslonden worden, niet voor eeuwig zijne prooi zijn? Hoe zullen wij in de ure der verzoeking staande blijven, en zal ons leven van het verderf verlost zijn? Hoe zullen wij de geboden Gods bewaard en bij de getuigenis van Jezus Christus volhard hebben? Oók daarop hebben wij het antwoord vernomen. Het is door de beschermende en bewarende hand Gods alléén. Veilig en wèlgeborgen zijn wij bij den Heere Jezus, onzen grooten Verlosser en getrouwen Zaligmaker. Hij is

de Christus Gods, de eeuwige Rots,

den kindr'en Gods, voor 't golfgeklots der wereldzee, een veil'ge reê,

waar dood en hel, al woên ze fel,

wat ze pogen, niets vermogen.

Geliefden! Dat wij dan aanhouden met het gebed, dat de Heere Christus zelf ons geleerd heeft: „Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze",

Sluiten