Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoorde te worden, daar zij meer diende „tot eersucht, ofte tot een ydel gebruyk, dan tot de waerdigheydt en luyster van dat heylige", terwijl Voetius verklaarde, dat, als de Kerk zulke verkeerde getuigen niet weerde, zij den indruk maakte van „de Profanatie van den Doop, begaen van Ouders, die sulke getuygen mede brengen", goed te keuren.

Volgens het doopformulier, dat in de zeventiende eeuw bij de Gereformeerden gebruikt werd, werden de jonge kinderen der geloovigen beschouwd als erfgenamen van het Rijk van God en van zijn verbond. Hoewel „in zonden ontvangen en geboren" en daarom „aan allerhande ellendigheid, ja aan de verdoemenis zelve onderworpen", zijn zij „in Christus geheiligd" en behooren daarom „als lidmaten zijner gemeente gedoopt te wezen . En de ouders en getuigen zijn gehouden, deze kinderen, als zij tot hun verstand zullen gekomen zijn, in de leer van den doop „naar hun vermogen te onderwijzen of te doen en te helpen onderwijzen". Dit moet geschieden, opdat de gedoopten zullen weten, waartoe zij van God door den doop, als het teeken des verbonds, „vermaand en verplicht worden, namelijk als kinderen des verbonds, „tot eene nieuwe gehoorzaamheid", d. w. z. God aan te hangen, te betrouwen en lief te hebben, de wereld te verlaten, de oude natuur te dooden en in een nieuw, godzalig leven te wandelen, bij dit alles vertrouwende, in zwakheid en zonde, op Gods genade ').

Als men aandachtig leest het „Formulier om den heiligen doop te bedienen aan de kleine kinderen der geloovigen , waaraan het bovenstaande ontleend is, zou men allicht verwachten, dat de doop nu alleen bediend mocht worden en daarom ook alleen bediend werd aan de kinderen van hen, die op de daarin gestelde vragen 2) bevestigend konden

1) Formulier van den Doop.

2) Eerste lijk, hoewel onze kinderen in zonden ontvangen en geboren zijn, en daarom aan allerhande ellendigheid, ja aan de verdoemenis zelve onderworpen,

157

Sluiten