Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de knecht tegen zijn heer; de mevrouw tegen haar dienstbode, de dienstbode tegen haar mevrouw.

Niets dan strijd. En in dien strijd moet elk natuurlijk trachten, van den ander te halen wat er van te halen is.

Waarom die strijd ?

Doodeenvoudig; omdat er strijd van belangen is. De een wil zoo weinig mogelijk geven, de ander zooveel mogelijk halen; hooger loon is vóór den werkman, tegen den patroon ; daar is dus natuurlijk de patroon tegen, de werkman voor. Enz. Enz.

En als iemand nu hoofdschuddend daartusschen komt praten en vraagt, of er dan geen wederzijdsche toewijding kan wezen, geen samen-leven, geen zoeken van elkanders belang, waardoor bovendien het gezamenlijk belang wordt bevorderd — dan kijkt het Socialisme zoo iemand aan met een gezicht, alsof het zeggen wil: »Houd u-zelven voor den mal!«

Liefde, toewijding! Dat zijn juist van die woorden voor een preekstoel.

Maar het gewone leven leert: strijd, eigenbelang, haat.

Met deze prediking vergiftigt het Socialisme hoe langer zoo meer onze samenleving. Het lacht en spot alles weg, wat de menschen kon samenbinden. Het leert een niensch om in ieder ander tnensch zijn natuurlijken vijand te zien.

Natuurlijk slagen de Socialisten in dit streven. Want dit Evangelie van de zelfzucht en van den haat vindt onmiddellijk weerklank in ons zondige, zelfzuchtige hart. Dat wil heel graag voor zich-zelf zorgen, voor zich-zelf alleen. Nu komt er prediking, die dat voorstelt als de meest natuurlijke zaak van de wereld. En de zelfzucht neemt hand over hand toe.

Weg met de liefde ! Leve de haat!

Welnu : aan dit drijven kan de Kerk niet meedoen ; zij heeft van Jezus Christus de waarachtige liefde gezien

Sluiten