Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangewezen. Ook hier hebben we onze opmerking omtrent de gedelegeerden. Voorts schijnt het wel wat vreemd, dat deze zoo goede bepaling bij de opleiding niet meer in aanmerking komt. We juichen dit artikel toe, maar verlangen een betere voorbereiding tijdens den cursus.

Het is wel opmerkelijk hoe steeds meer de practijk op den achtergrond is gedrongen. Toen in 1797 van wege het departement Groningen van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen een kweekschool werd opgericht, kreeg deze den naam van „Leer- en Kweekschool". Later, in 1816, sprak men van Kweeken Leerschool" en nu leest men van Kweekschool met daaraan verbonden Leerschool. Bij de Rijks- en Bijzondere Normaallessen laat de practische opleiding veel: te wenschen over en 'bij de Bijzondere Kweekscholen is men verplicht om contact te zoeken met een of meer leerscholen. Niet volgens een weloverwogen plan vormt men tegenwoordig meest de _practische onderwijzers, maar men geeft over 't geheel maar op goed geluk af den kweekeling gelegenheid tot ontplooiing zijner individualiteit. Auto-didacten komen er, maar van een geregelde practische opleiding kan haast geen sprake zijn. Is men misschien bij Tolstoï in de leer geweest? Die toch verkondigde: „De eerste de beste, dien men op straat vindt, kan als onderwijzer optreden." Ik houd het dan meer met de commissie belast met het toezicht over de Kweekschool voor Schoolonderwijzers te Groningen n.1. de H.H, Plrof. van Swinderen, van Cleef en 'Prof. Hofstede de Groot. Ze schreven in 1847: „Voordat de kweekelingen als Ondermeesters gebruikt worden en hun die leiding van sommige deelen van het onderricht eener schoolklasse onder het bestendige toezicht des onderwijzers wordt toevertrouwd, worden zij met hunne1 toekomstige werkzaamheden, langs een practischen weg, aanvankelijk bekend gemaakt. Zoo, b.v., worden zij dikwijls geroepen, nu eens om eenen zwakkeren kleinen leerling in zijn werk te helpen en te ondersteunen; dain eens, om eene afdeeling kleinen met een vroolijk spel of een spellende learoefening bezig te houden; vervolgens weder, om de werkzaamheden der kleine kinderen na te zien enz. Soortgelijke bezigheden oefenen hen in den omgang met de kleinen, loeren hen geduld te hebben met de zwakke pogingen der aamvangers, leiden hen tot zelfverloochening door de opoffering van eigen zin en lust, ten behoeve

Sluiten