Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren de gedachte vruchtbaar te heeten, eenmaal door een godvruchtig theoloog verkondigd, dat n.1. de Heere als een „winterslaap" over deze dierenwereld heeft gebracht; waardoor zij zoo goed als al dien tijd van zichzelf onbewust is geweest, en noch voedering noch reiniging in bijzonderen zin van noode had. Tegen het uitgaan uit de ark kwam dan het ontwaken.

Is het zoo geweest, dan zien wij de ark het grootsch getuigenis van Noachs geloof nog anders; en is zij „niet meer een groote menagerie met al het geraas en geschreeuw en al het vuil en al de onreinheid daaraan noodwendig verbonden, en waarin acht slaven in het zweet huns aanschijns hard moeten werken, zonder ooit gereed te komen. Maar wij zien een reusachtige doodkist met de overblijfselen eener wereld die vergaan is." Evenwel slechts slapende overblijfselen, het leven zal straks opwaken, en als beeld van de wederopstanding en toekomstige vernieuwing aller dingen, gaat straks al het gedierte dezer bewaarplaats weder uit.

Dat ééne venster, het is ons dan een helder lichtend punt. Onder dat venster toch is een stille kamer, in die kamer een godvreezend patriarch, en om hem heen de zijnen, die saam neêrknielen als Noach roept uit de diepte naar omhoog; maar roepende in het geloof. Men spreekt van draadlooze telegrafie in onze dagen. Een allerkostelijkste vondst. Toch is daardoor wederom niet alle behoud gewaarborgd. Immers reeds de soms verre afwezigheid van reddingsmiddelen biedt bezwaar; dan, de toestellen kunnen in het ongereede geraken. Maar hier hebben we nu, ik spreek figuurlijk, óók draadlooze telegrafie. Er is in het geloof een directe aansluiting met den almachtigen alomtegenwoordigen God. Het gebed tot den God onzes levens, o zalig middel van heiligende en bewarende gemeenschap. En voorwaar van deze gemeenschap geldt, dat zij naar het wezen der zaak nooit verbroken kan worden.

Bewaard in de kracht Gods. Gelijk die ark daar drijft is zij u dan niet een beeld van de kerk des Heeren in Christus geborgen, bewaard in de kracht Gods tot de zaligheid die geopenbaard zal worden ? Hoe hoog de golven zich verheffen, zij blijft drijvende. Tot op dezen dag is in die bewaarde en gehandhaafde kerk des Heeren een luisterrijk getuigenis te vernemen van de trouw van Gods onfeilbaar genadeverbond. Niets kan den mensch

Sluiten